Kolonel J.A. van Dalen, regimentscommandant Huzaren van Boreel

Het eskadron werd opgericht op 2 januari 1967 als onderdeel van de 13e Pantserinfanteriebrigade in de legerplaats Oirschot. De eerste commandant was ritmeester J.E. Witteveen (01-06-1967 tot 01- 01-1969), die begin 1968 tot majoor werd bevorderd. Plaatsvervangend eskadronscommandant (plv ec) was 1e luitenant Haertlein, eskadrons opperwachtmeester (esk owi) opperwachtmeester Spijker.
Het zou echter tot 13 juli duren voordat het eerste verkenningspeloton instroomde, gecommandeerd door kornet P.T. Kok. Dat peloton was bestemd voor 11 ZVE, maar werd voor vier maanden in bruikleen gegeven aan 13 ZVE. Per 1 juli 1967 was intussen 1e Infanterie Verkenningscompagnie opgeheven, waarvoor 13 ZVE in de plaats kwam. Volgende verkenningspelotons kwamen binnen op 7 september en 10 november. Het ‘geleende’ peloton van 11 ZVE werd naar zijn organieke bestemming in Schaarsbergen gestuurd. Op 7 september werd het eskadron paraat gesteld.


De eerste dienstplichtige pelotonscommandanten waren kornet (knt) Kok, Punt en Mulder ten Cate. Opvolgend pelotonscommandanten (opc) waren wmr1 H. Esser, R. Frijns en P. van de Brugt. Liaison officier was knt W.J.M. Rietbroek. Een opsteker was dat in 1968 een tevredenheidsbetuiging werd uitgereikt aan het eskadron door de Commandant 13e Pantserinfanteriebrigade, Brigade-generaal F.J.G. Brackel wegens de ‘bijzonder goede ijver doorzettingsvermogen, discipline en opofferingsgezindheid die getoond werd bij het zoeken naar een vermist driejarig jongetje (dat later verdronken aangetroffen werd).’ Huzaar Toon van Esch had het verdronken jongetje in een sloot gevonden. Bijkomende waardering was een dag extra verlof. In 1968 waren intussen twee ‘verse Pelotonscommandanten ingestroomd bij het eskadron, knt Bokhorst en Smulling. Ook was er een nieuwe liaisonofficier knt N. de Vries.
In 1969 nam 13 ZVE, naast de gebruikelijke standaardoefeningen zoals ‘ENTRE-NOUS-1’ en ’ENTRE- NOUS-2’ en de schietseries 1 en 2, aan diverse grote brigade oefeningen deel. Van 24-31 maar
‘SPONTON’ 16 Painfbat, 13 Btvaat, 13 Verk Esk, 12 Afda, C-cie 48 Painfbat, B-esk 11 Tkbat, 2 pel 13 Pagncie, Det 13 Tnbat, 13 Ststcie), 9-16 juni 1969: ’IMPROVISTE’ (13 StStcie, A-cie 16 Painfbat, StStvzcie 17 Painfbat, StStcie 48 Painfbat, StStvzgesk 11 Tbat, StStvzgbt 12 Afdva, StStvzgdet 13 Tnbat, pel. 13 Verk Esk (ged.), pel 13 Btvaat, pel 13 Pagncie (ged.), 16-25 augustus
1969: ’TORENVALK’ (13 StStcie, StStvzgcie, B-cie, C-cie, Paostcie 16 Painfbat, StStvzgcie, C-cie Paostcie 17 Painfbat, StStvzgcie, A-cie, B-cie, 48 Painfbat, StStvzgesk, A-esk, B-esk, 11 Tkbat, StStvzgbt 12 Afdva, 13 Tnbat, 13 Verkesk, 13 Btvaat en van 15-22 december 1969: ’SPONTON 2’ (13 StStcie, 17 Painfbat (m.uv. B-cie), B-cie 48 Painfbat, A-esk 11 Tkbat. StStvzgbt 12 Afdva, 13 Tnbat, 13 VerkEsk, 13 Btvaat, 13 Pagncie.)

Op 22 september 1969 werd de legerplaats Oirschot herbenoemd in ‘Generaalmajoor de Ruijter van Steveninckkazerne.’ In dit jaar kwam er ook een nieuwe eskadronsleiding en nam ritmeester R.E. de Thouars het eskadronscommando over, bijgestaan door plv ec 1e luitenant K. Kraak. De kornetten J. Berendsen en F. Smith waren achtereenvolgens nieuwe liaison officieren. Luitenant logistiek was 1e luitenant W. Hoogendoorn, terwijl wmr1 Dekker owi Spijker als esk owi aflostte. Knt van Dijk was dienstplichtig pelotonscommandant terwijl 2e luitenant J.L. Johan als beroeps pc bij het eskadron arriveerde. Knt D. van Berckelaer loste knt Smith af als liaisonofficier.


In december 1970 werd de oefening ‘Entre-Nous-1’ gehouden voor het pas ingestroomde 2e peloton, gecommandeerd oor de 2e luitenant J.L. Johan. De luitenant wilde persé meedoen met het rijdend uitstijgen uit de M113A1 (het genievoertuig) van de tirailleurs. Dat ging verkeerd en tijdens het kerstdiner lag hij nog steeds in de ziekenboeg. Plv ec 1e luitenant K. Kraak was intussen opgevolgd door 1e luitenant B.D. de Jong en wmr1 Dekker was in zijn functie als esk owi opgevolgd door wmr1 E. van Gent. De kntn K. de Ruiter en D. Ouwehand waren collega pelotonscommandant van tlnt J.L. Johan. Wmr1 P. de Boer was intussen als nieuwe opc aangetreden, naast de al langer diendende wmr1 H. Esser en R. Frijns.
In september 1971 nam het eskadron voor het eerst deel aan een grote divisie-oefening ‘Rhino-Plus.’ Deze oefening werd gehouden op en om het oefenterrein Bergen-Hohne. Bijna tienduizend man namen er aan deel, met vierhonderd rupsvoertuigen en een veelvoud daarvan aan wielvoertuigen. Bij het eskadron kwam daar veel improvisatie aan te pas, omdat op 21 augustus een groot deel van het materieel verloren was gegaan doordat een houten opslagloods totaal was afgebrand. Tijdens de oefening ‘Octo-Alter’ een jaar later, kon het eskadron laten zien hoe flexibel het was. De ene dag flankbeveiliging en dan weer beveiliging van het brigade-achtergebied. Dit stelde de logistiek voor een zware opgave. Vooral het klasse I (voedsel en water) werd soms dagenlang niet waargenomen, waardoor in veel gevallen de bodem van de ‘ritselkist’ in zicht kwam. Toen de luitenant logistiek R. Hiltmann meldde: ‘Hier 9 Lima. Ik sta voor een hindernis, verzoek deze te mogen omtrekken.’, bleek hij voor het ‘IJzeren Gordijn’ te staan. Hij werd later overigens opgevolgd door knt R. van Berckelaer. In 1972 trad er een nieuwe ec aan: majoor H. de Jong. Wmr1 E. van Gent was intussen tot owi bevorderd. Kornet K. de Ruiter was een nieuwe dienstplichtige pelotonscommandant.

In 1973 kwamen de kntn Treffers en Tilmans bij 13 ZVE en als opcn de wmr 1 J.L. Klomp en wmr 1 P. de Boer. Knt M. van de Berg was liaison officier. 1973 stond in het teken van de grote NATO-oefening ‘BIG FERRO’, die in september gehouden werd. Voorafgaande aan deze oefening werd echter reeds op alle niveaus voorgeoefend. In het voorjaar moest het eskadron reeds op de mat bij een brigade geleide oefening, direct na een schietserie. Deze oefening vond plaats op het oefenterrein ‘Bergen- Hohne. Bij een tegenaanval werd de hinderniswaarde van de Hohner Bach door enkele jonge voertuigcommandanten onderschat. Zij verdwenen tot de koepel in de “Beek”. In mei 1973 nam het eskadron deel aan de oefening ‘MATA-GELAP’. In juni deed het eskadron mee met een divisie geleide oefening ‘LITTLE FERRO’. Door de weersomstandigheden (het was 34 gr Celsius), kon er overdag niet geoefend worden, aangezien het asfalt smolt. Gelukkig vond er in die tijd geen ‘drooglegging’ plaats en kon er alcohol worden genuttigd. Op een donderdagavond om 23.00 uur werd met de oefening aangevangen. Vrijdags werden de staven alleen op papier geoefend. Na de schietserie in het najaar was het dan zover: ‘BIG FERRO. Elnt J.L. Johan was intussen in december 1974 plv ec geworden ent owi J. Vermeulen had owi E. van Gent opgevolgd als esk owi. Als pelotonscommandant fungeerde in deze periode knt Mouthaen, knt de Haas, knt Vos en knt Tilmans. Opcn waren wmr 1 J.L. Klomp en wmr 1 de Jong terwijl knt M.J. Brugma liaison officier was.
De eerste oefening na de schietserie 74-1, was de oefening ‘HARD-GELAG’ in maart 1974.

In 1974 nam het eskadron deel aan de grote brigadeoefening ‘Vrij Land.’ Bij deze laatste oefening raakte een tirailleurgroep tijdens een nachtelijke verkenningspatrouille aan het dwalen. Na 20 kilometer, terwijl nog steeds niet was gevonden wat verkend had moeten worden, werd de hele groep gevangen genomen door 48 Pantserinfanteriebataljon. Aansluitend kwam de schietserie. Terug in Oirschot dreigde de oogst in West-Brabant en Zeeland verloren te gaan door aanhoudende regenval. Om de oogst te redden leverde 13 Pantserinfanteriebrigade meer dan 1000 man hulp aan de boeren, waaronder 70 van 13 ZVE. Windkracht 9 en slagregens vormden de toepasselijke ontvangst op Schouwen-Duivenland. Drie weken lang werden de aardappelen uit het doorweekte Zeeuwse land gehaald.
Op 1 april 1975 trad G.J.P. Ohler aan als nieuwe ec van 13 ZVE, terwijl ik oktober van datzelfde jaar lnt Haas de lnt Hiltman opvolgde als luitenant logistiek. Knt Bomhof, van Wersch en Vos waren pc, terwijl de wmr Forentinus, Klomp, van Lieshout en wmr Wennekes de opcn waren. Op 25 okto 1975 kwam knt R. Braecken de knt A. Van Wijnaarden als liaisonofficier aflossen.
April 1975 stond in het teken van modern comfort: het eskadron verhuisde naar het nieuwe gebouw 6. Helaas was daar geen plaats meer voor de eskadrons-dierentuin. De bokken, vogels en vissen werden daarom geschonken aan de officiersmess. Het jaar werd afgesloten met een wel heel bijzondere opdracht, namelijk radar gevechtsveldbewaking tijdens de treinkaping door Molukse jongeren bij Wijster.
In dec 1976 volgde (voorheen lnt logistiek) 1e lnt C. de Haas, lnt J.L. Johan op als plv ec. De positie van lnt log werd nu ingenomen door 1e lnt P. van de Burgt. In nov was owi P. Stoop binnengekomen als nieuwe esk owi. Pcn waren knt J. Bomhof, knt Westerduin, knt M.M.J. van Wersch en knt Smidt, knt Vos (t/m april ‘76). Opcn waren wmr 1 J. Claessen (hij zou later regimentadjudant worden), wmr 1 A. van Lieshout De knt R.J.S.M. Braecken en knt R.B.A. v/d Nap waren achtereenvolgens de liaisonofficieren.



In 1977 zag 2e luitenant H. de Haas kans om, tussen de bedrijven door, bij de brigadesportdag de 1e prijs op het Parcours Militair te winnen. Bij de daarop volgende legerkorpssportdag moest hij genoegen nemen met de tweede plaats.
Majoor G.J.P. Ohler werd in mei 1977 opgevolgd door majoor N.R. Schot. De rest van de eskadronsstaf bleef ongewijzigd. Pcn waren knt Smidt, knt Westerduin en tlnt Faber. Opcn bleven ongewijzigd. Knt R.B.A. van der Nap werd in aug 1977 als liaisonofficier niet onmiddellijk opgevolgd zodat dpl wmr J.A. Bakker de functie tot nov. ’77 moest waarnemen. Daarna kwam knt Jhr. J.R.J. van der Does de Willebois binnen en vervulde deze functie.
Net voor de kerst 1977 kwamen de eerste omgebouwde M113 C&V met 25 mm snelvuurkanon binnen bij 13 ZVE. Reeds enkele weken later kon er al mee geschoten worden bij de schietserie 78-I. Hoogtepunt in 1978 was de brigade geleide oefening ‘Fine-Victoria’, die werd gehouden in april, in en om Sennelager. Tien dagen intensief oefenen, eerst bij de blauwe partij en daarna bij de groene partij en vaak bij nacht. Bij de legerkorpsoefening ‘Saxon-Drive’ was het 1e peloton, gecommandeerd door kornet E. Korthals Altes, ingedeeld als 3e peloton bij 11 ZVE.
Esk owi was owi A. Stoop, luitenant logistieke was elnt P.J.M.M. v.d de Burgt. Pcn waren elnt W.P. Faber en knt E. Korthals Altes. Opcn waren wmr 1 FD.C.P. van Schellekens, wmr 1 M.A. van Lieshout en wmr 1 J. Claessen terwijl jhr knt J. van Does de Willebois de liaisonofficier was.
Voor 13 ZVE was 1978 wederom een jaar van hard werken. Op de agenda stonden vele oefeningen en evenementen en het toch al uitgebreide nieuwe voertuig (soms ‘bul’ genoemd) noodzaakte een intensief onderhoud. Eind januari trok het eskadron naar Duitsland om deel te nemen aan de schietserie Bergen 78-I. Bewapend met een nieuw 25 mm kanon, waarmee het Eskadron de spits afbeet voor de andere ZVE-n, werd het wederom hard werken, goede resultaten, korte nachtrusten, het ontvangen van ontelbare bezoekers en het gebruik van vele ‘Sukkels’ (koffie). Op 20 april 1979 kreeg het eskadron voor het eerst in zijn bestaan een ritmeester als commandant, R.G. van Schaik. Tot dusver waren het steeds majoors geweest.


Het bleef echter goed gaan met het eskadron en de ritmeester werd al snel bevorderd tot majoor. Hij werd bijgestaan door elnt T. van de Heuvel die op 15 juni elnt C. de Haas als plv ec had afgelost. In september kwam er ook een nieuwe luitenant logistiek: elnt G.A.M. Spekerbrink. Owi R. Frijns was intussen bevorderd en geen opc meer, maar esk owi. Knt Gollet, knt N. Zaman en tnlt L.J. Benoist waren de pcn. Opc waren wmr 1 M.A. van Lieshout, wmr 1 H. Nijs en wmr 1 W. Siderius. Achtereenvolgens waren de knt M.J. Roding en knt J.C.A. Poorthuis de liaisonofficieren.
Van 29 januari t/m 1 februari 1980 vond de oefening ‘Black Palermo’ plaats. De in deze zeer koude maand gehouden oefening, die onder leiding van de C-13 Pabrig stond, was in eerste instantie bedoeld voor een versterkt 17de Painfbat. 13 ZVE trad als Groene (vijand) Partij op en besteedde deze gelegenheid tevens om een bouwsteenoefening in Duitsland te houden.De oefening begon aan een van de rivieren in Duitsland en al vertragend eindigde men met een ontplooide aanval van 17 Pantserinfanterie bataljon op de Oirschotse heide. De oefening stond onder leiding van Brigade- generaal U. Kits. Elnt T. van de Heuvel was intussen tot ritmeester bevorderd. Wmr L.J. Th. Snellen nam de functie van esk owi waar, terwijl knt van Zeil aantrad als nieuwe pc. Nieuwe opc was wmr 1 J.L.M. Stal en knt Kraavenvanger was tegen het einde van het jaar de nieuwe liaisonofficier.
Op 10 juli 1981 kwam er een nieuwe ritmeester, J.L. Johan, die als pelotonscommandant en als plaatsvervangend eskadronscommandant al zijn sporen bij het eskadron had verdiend. Hij zou later zelfs Regimentscommandant Huzaren van Boreel worden. Hij werd bijgestaan door ritm M.C.J. Felix (vanaf jan.) en tlnt L.J.TH. Benoist als luitenant logistiek en tot owi bevorderde G.H.T. Snellen als esk owi. Tlnt R.M. van Verseveld, knt L. Venema en knt de Wolf waren pc en wmr M.L.A. Tackenberg en wmr 1 J.B.M. van Haalen opc. Liaison officier tot november was knt M.J.P. Noordeloos, daarna knt A. Smit

Tijdens de najaarsschietserie van 1982 werd voor de eerste maal echt gestreden om de ‘Boreel Trofee’. Kornet J.L. Reinhoudt, commandant van het 1e peloton, mocht deze prijs uit handen van de regimentscommandant, luitenant-kolonel P.H. Hoevenaars in ontvangst nemen. Een jaar eerder was er al een proefwedstrijd gehouden, waarbij 2e luitenant R.M. van Verseveld, bijgestaan door wachtmeester1 M.L.A Tackenberg, met het 2e peloton beslag legde op de eerste plaats. Aangezien bij de gebruikelijke inspecties eveneens buitengewoon goede resultaten waren behaald, mocht ritmeester Johan in december het divisiefanion ontvangen uit handen van generaal-majoor A.P.A. van Daalen.
ritm M.C.J. Felix werd als plv ec in november opgevolgd door elnt L.J.Th Benoist, terwijl tlnt R.M. van Verseveld doorschoof naar de positie van luitenant logistiek. Esk owi waren na owi G.H.T. Snellen, de wmr 1 J.L.A.M. Snellen en hierna wmr 1 J.C. Jongenelen. Pcn waren tlnt A.C. Oostendorp, knt J.L. Reihoudt en knt L.H. Venema. Opcn waren wmr M.L.A. Tackenberg en wmr 1 J.B.M. van Haalen. Knt A. Smit en later knt E.A. van Steen waren liaisonofficieren.
Grote vreugde was er ook over de terugkeer van de M578 (bergingsvoertuig) die na een afwezigheid van bijna een jaar door de Technische Dienst ‘genezen’ werd verklaard. In de eerste helft van 1983 passeerde een groot aantal oefeningen in vlot tempo de revue. Daarna stond alles in het teken van het gereed maken voor inlevering van het materieel, gevolgd door de opheffing van het eskadron op 1 november 1983.
De laatste functionarissen waren ritm J.L. Johan (ec), elnt L.J.Th Benoist (plv ec), tlnt R.M. van Verseveld (lnt log), wmr 1 J.C. Jongenelen (eskowi), tlnt A.C. Oostendorp (pc), knt P. Bakker (pc), wmr M.L.A. Tackenberg (opc), wmr 1 J.B.M. van Haalen (opc), knt E.A. van Steen (LO), sgt 1 M.J.H. Thielens (sma), sm F.P. Heidingsfeld (C-EOG), sm A.J. Lagarde (smmb) en sgt 1 J.L. Klomp (sgt beh).
Er bestaat ook een website over 13 ZVE en een gastenboek; heeft u foto’s of herinneringen die u met ons wil delen?