Kolonel J.A. van Dalen, regimentscommandant Huzaren van Boreel

Het eskadron werd opgericht op 3 mei 1967 als onderdeel van de 11 e Pantserinfanteriebrigade te Schaarsbergen. De eerste commandant was majoor J.J. van Dormolen. In september 1969 werd hij opgevolgd door majoor J. Buenk, die meer dan drie jaar het commando voerde. In december 1975 werd de radargroep van het eskadron, onder leiding van 2 e luitenant Houtman, ingezet voor gevechtsveldbewaking bij de treinkaping door Molukse jongeren bij Wijster.
11 ZVE trad, samen met een eskadron van PanzerAufklärungsBatallion 3 uit Lüneburg, op als tegenpartij bi de oefening ‘Tank-Stoot’ in mei 1976. Bij deze oefening mocht 101 Tankbataljon, gecommandeerd door luitenant-kolonel A. Rens, laten zien wat het waard was.
Adjudant-onderofficier bd Theo Arnoldus herinnert zich:
“Van midden 1970 tot midden 1976 heb ik daar gewerkt als korporaal Technische Specialist onder het commando van achtereenvolgens de majoors J. Buenk, R.E. de Thouars en J.L.H. Benda. Ik was er werkzaam als chauffeur in de transportgroep onder leiding de sergeant Joosten en de sergeant-majoor Groenewegen de laatste jaren bij het eskadron heb ik het beheer gehad over de brandstof olie en smeermiddelen in samenwerking met de sergeant-majoor Van Gelder onze beheerder. Tijdens oefeningen reed ik met de DAF YA 328 Z61 de zo genaamde BOS DAF om de verschillende voortuigen van het eskadron te voor zien van de nodige brandstof en smeermiddelen. De eskadrons opperwachtmeester die me het meest is bij gebleven is opperwachtmeester Arie van Rijn die op een onnavolgbare manier leiding gaf en de boel samen met ons het personeel van het eskadron de boel draaiende hield. Ook heb ik me natuurlijk goede herinneringen aan de collega’s technisch specialisten, onderofficieren en officieren en niet te vergeten de vele dienstplichtigen met wie ik in die 6 jaar heb samen gewerkt.”
Spectaculair was een luchtmobiel optreden van een groep van 11 ZVE onder commando van wachtmeester Kosters. Opdracht van deze groep was om de opmars van het tankbataljon te vertragen. Zoals meer gebeurt bij dit soort acties, was het resultaat van de luchtmobiele actie gering en de verliezen zwaar. Wachtmeester Kosters kwam slechts met twee man terug achter de eigen linies.

Adjudant-onderofficier bd Theo Arnoldus vertelt hierover het volgende:
“De actie werd niet gedaan door groep van een van de verkenningspelotons maar door het staf- en verzorgingspeloton om dat de verkenningspelotons actief met de oefening bezig waren. Onze staf- en verzorgingspeloton was onder gebracht op één van de bivak plaatsen van het oefenterrein de Senne ten noorden oosten van de Engelse legerplaats Sennelager bij Paderborn. We waren allemaal bezig met onze normale werkzaamheden toen we plotseling bij elkaar werden geroepen waar we te horen kregen dat er een groep zou worden samen gesteld om met een helikopter te worden gedropt achter de vijandelijke linies. Achteraf begrijp ik dat dat natuurlijk van uit de oefenstaf bedacht was om te kijken wat de reactie zou zijn van de lokale commandanten ter plaatse die onverwacht hier mee te maken kregen. Het hoe zo en waarom juist ons eskadron werd gebruikt voor dit optreden is ons altijd onduidelijk gebleven, het verhaal ging dat via Engelse familie relaties van onze commandant het contact met de Engelse gelegd is voor dit luchtmobiel optreden. Voor zover ik weet is dit het eerste lucht mobiel optreden door het Nederlandse leger.”
“Nadat de groep was samen gesteld kregen we in een korte uitleg over hoe we de helikopter in zouden moeten gaan en natuurlijk ook weer verlaten. Na enige tijd hoorden we de helikopter aan komen het bleek een Westland Wessex helikopter (een licentie bouw van de Amerikaanse Sikorsky S58) die ik direct herkende om dat mijn hobby vliegtuig herkenning was. Via de grote zijdeur werden we naar binnen begeleid door een Engelsman, die van buitenaf gezien links in de deuropening zat vast gemaakt met een lijn die boven de deur was vast gehaakt. Omdat ik in het midden van de groep naar binnen kwam zat ik recht tegen over de deur via welke we naar binnen gingen. Links boven ons konden we de piloten zien zitten via een klein opening boven ons het geluid van de turbine motoren was overweldigend en het trillen van het toestel gaf je het gevoel dat de boel ieder moment uit elkaar zou kunnen vallen. Na dat gecontroleerd was door de Engelse Loadmaster, stegen we op laag vliegend over het Duitse landschap met af en toe het gevoel dat je de boom toppen kon aanraken. Tijdens de vlucht bleef de deur geopend en vroeg ik me voortdurend af wanneer gaat die deur dicht zou gaan, maar dat gebeurde niet. Op een gegeven moment kwamen we uit boven de rivier de Weser en begon de piloot de rivier te volgen. Van links na rechts op en neer keek ik bij iedere rechterbocht schuin hangend in de riemen waarmee ik vastgegespt zat aan de zitting naar het grote gat van de deuropening. Ik was o zo blij dat ik maar een klein ontbijt genomen had anders weet ik niet zeker of de Loadmaster daar wel veilig had gezeten. Na dat we op de bestemde locatie waren af gezet hebben we de nodige lawaai gemaakt om de boel daar wakker te schudden en zijn we in een rond om verdediging gegaan. Een tijdje later kregen we te horen van de oefenleiding dat het wel goed was geweest en moesten we in de stromende regen wachten op vervoer om ons weer terug te brengen naar het bivakterrein in de Senne. We hadden het gevoel dat het naar de droppings zone brengen beter geregeld was dan het weer afhalen. We hebben uren moeten wachten op een DAF YA 314 die waarschijnlijk door de oefenvijand geleverd moest worden.”
In september 1976 nam het 2e peloton 11 ZVE als onderdeel van 41 ZVE deel aan de Duitse legerkorpsoefening ‘Grosser Bär.’ Later in dat jaar mocht de eskadronscommandant van 11 ZVE majoor J.L.H. Benda, als commandant van de meest verdienstelijke eenheid van de 1e Divisie ‘7 December’ het divisiefanion in ontvangst nemen.
In maart 197 kreeg het eskadron de M113 C&V met het 25 mm Oerlikon snelvuurkanon. Majoor Benda droeg op 12 mei het commando over aan ritmeester R.J. Nix. Bij de oefening ‘Saxon Drive’ van 18 tot 9 september 1978 kreeg het eskadron in de tweede week twee pantserinfanteriepelotons en een pantserantitankpeloton onder bevel en mocht het optreden als gevechtsbeveiliging van de divisie. Twee jaar later, bij de divisie geleidde brigade-oefening ‘Eenhoorn-EM’ was het nieuwe 2e peloton net op 1 september paraat geworden en had nog veel personeelstekorten. Daarom werd het 2e peloton van 13 ZVE onder bevel gesteld voor deze oefening. De divisiecommandant roemde de wijze waarop het eskadron de gevechtsbeveiliging en naderhand de gebiedsbewaking had uitgevoerd.
Op 24 april 1982 werd het 3e lustrum van het eskadron gevierd. 400 reünisten kwamen opdraven. De organisator van dit feest, opperwachtmeester A.G. Wendriks, behoorde tot de kern van het eskadron maar nam op 2 juli afscheid van ‘zijn’ eenheid. Daarna kwam het jaar van de opheffing. Majoor J. Attema verliet reeds in april de eenheid en zijn plaatsvervanger ritmeester H.R.G. Schraven mocht nog een half jaar het eskadron commanderen. De allerlaatste oefening van het eskadron was in juni 1983 bij Sennelager in Duitsland.
We hebben eerder foto’s van het 11 ZVE ontvangen. Heeft u nog herinneringen, deel ze met ons!