41 Brigade Verkenningseskadron

Kolonel J.A. van Dalen, regimentscommandant Huzaren van Boreel

Op 1 april 1999 werd 41 Brigade Verkenningseskadron heropgericht, voorkomend uit het C-eskadron van 103 Verkenningsbataljon. Eerste commandant was majoor R.J. (Rense) de Vries met als plaatsvervanger ritmeester J.E. Smit. Voor de derde keer werden de ‘indianen’ paraat gesteld. De eerste keer was op 3 maart 1948, de tweede keer op 1 augustus 1963. De nieuwste opdracht was nu: ‘operationeel in oktober 1999.’ Op een bataljonsappèl in Seedorf nam de bataljonscommandant 103 Verkbat afscheid van het C-eskadron. Hij kreeg er twee mobilisabele verkenningseskadrons voor terug.

Een leerzaam begin was de deelname aan de computergestuurde divisie oefening ‘Centaur-Continuation.’ Hierbij werd gebruik gemaakt van het computersimulatie systeem KIBOWI. Het scenario draait om ‘crisisbeheersing’ en ‘peace-enforcing.’ Het bleek al snel dat de brigade niet goed wist wat te doen met een licht verkenningseskadron. Ook de coördinatie met de manoeuvre-eenheden en het verkenningsbataljon van 41 Lichte Brigade, gaf problemen. Bij het Korps Commando Troepen (KCT) in Roosendaal werden ondertussen zeven kaderleden drie weken lang onderricht in het leiden van gevechtspatrouilles te voet.

In mei ging het eskadron, versterkt met reserve luitenant-kolonel P.T. Kok en zes man van Panzer Aufklärungs Batallion 3 in Winterberg het hogere klim- en klauterwerk beoefenen. Dit ter voorbereiding op de oefening ‘Indian-Trail’ in november in de Schotse hooglanden. De opleiding en vorming van het eskadron ging verder met staftraining, schieten op het Infanterie Schietkamp (ISK) en de eerste schietserie in Bergen-Hohne. Die culmineerde in een eskadrons gevechtsschietoefening op baan 3 met een verkenningspeloton, een tirailleurpeloton en een van 101 Tankbataljon geleende tanksectie.

In juli werd geoefend bij de school voor lange afstandsverkenning (LAV) in Pfullendorf. Met waarnemingsposten en bereden patrouilles werden de lange afstandsverkenners met succes bestreden. Na het zomerverlof stond het eskadron op 20 augustus 1999 op volle sterkte aangetreden in Soesterberg bij de overdracht van het regimentscommando Huzaren van Boreel van luitenant-kolonel R.J. Nix aan luitenant-kolonel J.L. Johan. Daarna ging de opleiding weer verder met pelotonsoefeningen, schieten en tactische oefening zonder troepen (TOZT). Op 24 september werd in de Theodor Körnerkazerne te Lüneburg een ‘Patenschaft’ aangegaan met Panzer Aufklärungs Kompanie 10. De beide brigadecommandanten overhandigen de oorkondes aan majoor de Vries en zijn Duitse collega majoor K.H. Riehs. 

In september en oktober 1999 werd veel steun verleend aan 41 Afdeling Veldartillerie, ter voorbereiding op hun missie naar Kosovo. Hoogtepunt was het bevolken van twee etnisch gescheiden dorpen op het oefenterrein Vogelsang in de Eiffel. 

Na veel sport kwam toen eindelijke de oefening ‘Indian-Trail’ in Schotland. Een half dozijn Duitse collega’s van de Fernspäh Lehrkompanie 200, waarmee in juli was geoefend, mocht ook mee. Op de top van de hoogste Schotse berg, de Ben Nevis, had men nog voldoende adem over om uit volle borst het Boreellied te zingen, waarna de afdeling begon naar de whiskydestilleerderij aan de voet van de berg.

Ter voorbereiding op de mogelijke uitzending als onderdeel van SFOR 8 naar Bosnië-Herzegovina, oefende een uitgelezen team van dertig man een week bij de Amerikanen in Hohenfels. Daarna was het tijd voor de kerstviering. Drie veteranen van het eerste 41 ZVE (Indië), de heren H. Zomer, P. Holtman en G. H. Olde Rikkert, kwamen het schild van hun eskadron aanbieden. Ritmeester J. Smit en wachtmeester1 W.B.J. (Willem) Markhorst werden begiftigd met de eresabel, het begin van een nieuwe traditie. Begin januari 2000 werd bekend dat het eskadron geen deel uit zou maken van 101 (NLD) Mechbat SFOR 8, een grote teleurstelling. De deelname aan de schietserie werd afgelast omdat huzaar I.N. van Grol dodelijk verongelukte en het gehele eskadron te Hoorn met beperkte militaire eer afscheid van hem nam. De schietserie werd in maart ingehaald. Opnieuw werd een eresabel uitgereikt, ditmaal aan 2e luitenant R.H.F. Theunissen vanwege de uitstekende manier waarop hij het tirailleurpeloton leidde, zijn optreden als sportmotivator en zijn sociale betrokkenheid. Vanwege personeelsgebrek werd het tirailleurpeloton tijdelijk opgeheven en het personeel verdeeld over de verkenningspelotons. Die konden hierdoor vanaf 1 juni ieder met vier ploegen voorwaarts gaan. 

Er werd wat afgemarcheerd in het jaar 2000. Het begon in maart toen een team van 41 BVE bij de ‘Hoch Sauerland Marsch’ beslag legde op de eerste plaats bij een internationale deelname van 152 teams. En het ging maar door: in Berlijn, België, Denemarken, Zwitserland en vanzelfsprekend ook de Vierdaagse van Nijmegen. Luitenant Theunissen moest met zijn team van 41 BVE helaas genoegen nemen met een tweede plaats in de strijd om het BLS-vaantje, maar werd wel de beste van de Divisie. Het Nationale Reserve bataljon Zuid Holland wist het bezit van het BLS-vaantje voor de derde maal te prolongeren. Als het eskadron die zomer niet aan het marcheren was, werd er getraind in het kader van een mogelijke uitzending als ‘Crowd and Riot Control’ (CRC) eenheid. De andere optie was deelname aan de uitzending van 42 (NLD) Mechbat SFOR 11. SFOR 11 bestond dus Regiment Limburgse Jagers (42 Painfbat BLJ) en Regiment Huzaren van Boreel (41 BVE). RHB name overigens ook aan SFOR 12 deel, die bestond uit 42 Tankbat RHPO en 43 BVE RHB. 

Op 13 september werd te Lüneburg afscheid genomen van de ‘Paten Kompanie’ die naar Bosnië vertrok. De volgende dag wisten 27 militairen van 41 BVE zich daar te classificeren voor het ‘Schützenschnur’ (een schietuitdaging). Het werd eentonig, maar ook bij de brigadesportdag legden de teams van het eskadron beslag op de 1e en 2e plaats.

Het laatste kwartaal van 2000 werd gevuld met oefeningen van allerlei aard. Ook vond op 3 november een gezamenlijk RHB-beëdiging plaats met 103 Verkbat in de Dumoulin kazerne te Soesterberg. Daar kon het aangetreden eskadron kennis maken met de nieuwe regimentsadjudant, J.H.M. Claessen. In december oefende een deel van het eskadron onder leiding van opperwachtmeester gevechtsinlichtingen E.M. Steiger in Frankrijk. Een ander deel van het eskadron schoot op luchtdoelen in het luchtdoelartilleriekamp (LUASK) bij Den Helder. Daarna kon een succesvol en motiverend jaar in het bijzijn van de regimentscommandant en regimentsadjudant worden afgesloten met het kerstdiner en de eindejaarsviering.

Vanaf medio januari 2001 werden de schietopleidingen (van pistool tot 25 mm) weer op peil gebracht en vervolgens vertrok het eskadron naar de LAV-school te Pfullendorf. De opdracht was zoals ieder jaar om de cursisten op te sporen, onder waarneming te houden en vervolgens gevangen te nemen en te ondervragen. Dagelijks werd een gebied van ongeveer 100 kmbekend gesteld waarbinnen de opdracht moest worden uitgevoerd. Door de inzet van het eskadron bleef het aantal geslaagden bij de Duitse cursisten ver onder de maat.

In februari werd voor de vierde keer binnen het bestaan van 41 BVE de fel begeerde sabel uitgereikt, ditmaal aan majoor de Vries zelf. Het stond nu vast dat het eskadron als A-team deel uit ging maken van 42 Mechbat SFOR 11 dat in het najaar van 2001 naar Bosnië zou gaan. Het werd tijd om na te denken over mee te nemen personeel en materieel. Een personele aanvulling met 60 personen was nodig evenals de vervanging van de oude YPR 765 door nieuwe(re) YPR’n. Alleen aan officieren bestond er al langer een tekort van vijf man. Als eerste kwam in april de nieuwe plaatsvervangend eskadronscommandant, ritmeester R.M.C.M. (Ruben) Koopman. In maart begon de instroming van personeel voor het nieuw te formeren tirailleurpeloton. Ook voormalige tirailleurs, nu ingedeeld bij de verkenningspelotons, werden weer teruggehaald. Medio 2001 was het tirailleurpeloton compleet en gesmeed tot een hecht team. Naast oudgediende 1e luitenant R.H.F. Theunissen, pc 1e verkpel, kwamen in de loop van de zomer drie nieuwe pc’n: 1eluitenant A.K.C. Zwanenburg (logpel), 1e luitenant J.W. Flinterman (2e verkpel0 en 1e luitenant W.A. van Bohemen (tirpel).

De volgende maanden werd bij de opleiding veel hinder ondervonden van de Mond- en Klauwzeer (MKZ) epidemie. Maar wat betreft fysieke conditie en algemene militaire vaardigheden toonde het eskadron zich weer brigadekampioen, ook bij de jaarlijkse brigadesportwedstrijden. Zelfs de ‘echtgenotes’ en ‘vriendinnen’ moesten er aan geloven en werden getrakteerd op een ‘survival’ weekend. Behalve de vernieuwde YPR 2000 kreeg het eskadron ook twaalf nieuwe schutters 25 mm. Een goede reden om de brigade-oefening in juni 2001 op de oefenterreinen Bergen-Hohne en Munster te vervolgen met een extra schietserie zonder bemoeienis van bovenaf. Ritmeester Koopman ging op operationele verkenning bij SFOR 10 en met de door hem meegebrachte informatie, ging het eskadron gericht aan de slag om zich voor te bereiden op de komende uitzending.

Op 6 juli 2001 werd 42 (NLD) Mechbat SFOR 11 officieel geformeerd. De opleiding in de volgende maanden stond geheel in het teken hiervan. Opleiding algehele crisisbeheersing, missie gerichte opleiding, gevechtsdrills, thuisfront informatiedagen en tot slot de eindoefening in Vogelsang. Het A-team, zoals het versterkte 43 BVE binnen SFOR 11 heette, was nu compleet met een tankpeloton van B-eskadron 101 Tankbataljon onder commando van 1e luitenant H. Flinterman en de geneeskundige groep was gegroeid tot een volledig geneeskundig peloton onder commando van luitenant J. Koopman. Zelfs een echte dokter, J. Le Febre, behoorde nu tot het A-team, evenals een sportgroep o.l.v. kapitein E. Lavalette. Teamopperwachtmeester was M.W.R. (Mike) Helms en hoofd verbindingen wachtmeester1 W.B.J. (Willem) Markhorst.

Het tankpeloton kon nog net meedoen aan de wedstrijd om de ‘Bult Francis Trofee’ op 12 oktober. Daarna was er inschepingsverlof en op 21 oktober vertrok het voordetachement. In de hierop volgende weken werd de ‘Area of Responsibility (AOR)’ overgenomen van het B-team van 11 (NLD) Mechbat. Het basiskamp was bij Bugojno. De AOR van het A-team was ongeveer 30 km breed en 60 km lang. De opdracht aan het team was in grote lijnen: zorg dragen voor een ‘safe and secure environment’ en een bijdrage leveren aan ‘peace-building’. Daartoe werd de AOR van het team verdeeld in pelotons-AORs: noord het tirpel, centraal het 1e verkpel en zuid het 2e verkpel. Per dag werden door het team zo’n 12 á 13 patrouilles uitgevoerd, bereden, te voet of (soms) of ski’s. Ook was er voortdurend een SFOR Information Campaign (SIC)-team op pad. Daarnaast waren er ook diensten als reactiemacht (‘Quick Reaction Force’ (QRF) met een reactie tijd variërend van 15 tot 60 minuten (notice-to-move time). Jajce lag zo ver van de basis (in Novi Travnik)) dat daar een permanente buitenpost was gevestigd. De winter was al vroeg ingevallen met temperaturen tot -19 graden en plaatselijk meer dan een meter sneeuw. Er werd eind november ook geoefend als onderdeel van een Canadese gevechtsgroep. Daarbij raakte een Leopard II gevechtstank van de weg, sloeg over de kop en stond daarna weer op zijn tracks. De tankcommandant en tankbestuurder hadden daarna nog wel enige tijd last van hun rug. Het team had in die tijd ook vier weken een Bulgaars infanteriepeloton onder bevel. Een deel van het team kon de kerstdagen thuis doorbrengen omdat de verlof ‘window’ precies in deze periode viel.

In het hooggelegen gebied Ravno Rostovo werd het overleven onder zeer koude omstandigheden geleerd en het beklimmen van heuvels op lange latten. Op hetzelfde moment waren er ook gelukkigen die watersporten beoefenden in de warmere Kroatische kustplaats Split. Naast de dagelijkse routine werd ook geoefend in internationaal verband en werd de schietvaardigheid op peil gehouden. Zo ging de winter voorbij en stond de terugkeer naar Seedorf alweer voor de deur.

In 2006 volgde de totale sluiting van de legerplaats Seedorf en werd de kazerne aan de Duitsers overgedragen. 41 BVE bestond niet meer.

Plaats een reactie

error: Hey Verkenners en Boreelfans, deze inhoud is tegen onbevoegd opslaan beveiligd!