Cavalerie dingen

Algemeen:

Komt u ‘jargon’ tegen, kijk dan eens in het Militair woordenboek of u deze uitleg begrijpt.
Er is ook een aparte pagina over de uniformen 1814-1841, daarin komen diverse uitrustingstukken aan de orde.

De Standaard

De Koning reikt het Vaandel of de Standaard uit aan het regiment. Dit is het belangrijkste symbool van een eenheid of krijgsmachtdeel. Militairen leggen bij hun formele aanstelling de eed of belofte af op het vaandel of standaard.

De Standaard diende als verzamelpunt voor de strijdende troepen. De Standaard heeft zijn betekenis als veldteken verloren, toch bleef de waarde ervan behouden. Het is nog steeds het symbool van verbondenheid met het Huis van Oranje. En van de saamhorigheid van allen die bij de eenheid dienen of dienden.

Op ons Standaard staan onze belangrijkste krijgsverrichtingen. Zo reikte Koning Willem-Alexander in 2022 op veteranendag aan ons regiment de nieuwe cravat uit.

Op 23 september 1893 werden door koningin Wilhelmina Standaarden uitgereikt aan het 1e Regiment Huzaren van de stamlijn regiment Huzaren van Boreel.

Het eigenlijke 1e Regiment Huzaren (stamlijn regiment Huzaren van Sytzama) was van 1880 tot 1905 opgeheven en bij de heroprichting van 1e Regiment Huzaren (stamlijn regiment Huzaren van Sytzama) in 1905 kreeg dat regiment een nieuw Standaard. In 2012 werd dat opgelegd en in 2020 gingen de tradities over naar het Regiment Huzaren Prinses Catharina-Amalia.

Uitreiking van de “Uruzgan Cravat” aan kolonel H. van Dalen door ZM Koning Willem Alexander

Het 1e Regiment Huzaren (stamlijn regiment Huzaren van Boreel) kreeg zijn oude naam 4e Regiment Huzaren. De Standaard werd ingeleverd op het Departement van Oorlog waar het opschrift werd gewijzigd in 4e Regiment Huzaren. Op 4 september 1905 werd het opnieuw uitgereikt door koningin Wilhelmina.
De Standaard werd in de Tweede Wereldoorlog verstopt door de toenmalige regimentscommandant, luitenant-kolonel jhr. S.M.S.A.A. de Marees van Swinderen (1887-1978). Bij Koninklijk Besluit in 1947 werd het 1e Verkenningsregiment ook het Regiment Huzaren van Boreel genoemd. Eerder werd de naam genoemd als voortzetting van de tradities van het 4e Regiment Huzaren.

Op 13 mei 1947 werd door luitenant-kolonel b.d. van Swinderen de Standaard overgedragen aan luitenant-kolonel Janssens belast met het commando over het hernieuwde Regiment Huzaren van Boreel.

Er bestond nog geen regelgeving ten aanzien van een cravatte bij naamsverandering van regimenten en korpsen. In feite had koningin Wilhelmina een nieuw Standaard moeten uitreiken. Het regiment heeft echter analoog aan het hiervoor geschetste precedent van 1905 gehandeld. Tot een uitreiking van de vermaakte Standaard is het niet meer gekomen, vooral omdat het initiatief bij het Ministerie van Oorlog niet goed viel. Kort daarna werd bij Ministeriële Beschikking van 14 oktober 1952 de cravatte ingevoerd.

In 1960 was het doek van de Standaard zo versleten dat het vernieuwd moest worden. Omdat er geen sprake van een naamsverandering was moest een nieuw standaarddoek worden gemaakt dat een kopie van het oude was. De Standaard is op 13 december 1961 door prins Bernhard der Nederlanden uitgereikt.

Bernhard heeft altijd een speciale band gehad met de cavalerie. De prins zei ooit: ‘Ik kwam als huzaar, ik ga heen als huzaar‘. In 1936 werd hij beëdigd als ritmeester van het Regiment Huzaren van Boreel (Engelstalige journaal) en een jaar later trouwde hij in het uniform van ons Regiment.
Acht militairen van het 43 Brigade Verkenningseskadron droegen, onder leiding van opperwachtmeester Jaap van Schaik de prins in 2004 naar zijn laatste rustplaats (video).

De sabel

foto Cavaleriemuseum

De sabel wordt onmiskenbaar geassocieerd met de cavalerie.

Dit slag- en steekwapen van de cavalerie is er in 2 uitvoeringen en verschillende lengtes; met licht gebogen en met rechte kling. De gebogen sabel werd gebruikt door de bereden onderdelen (huzaren van de cavalerie en kanonniers van de rijdende artillerie). Door de kromming kon de ruiter goed met het wapen houwen. De rechte uitvoering werd gebruikt door de zware cavalerieregimenten en is vooral een steekwapen.

Zowel in de officiers- als de onderofficierssabel zit een bloedgleuf. De kom beschermt de hand.

De sabelkwast is de versiering van de lus waar de ruiter zijn hand door stak ter voorkoming dat de sabel tijdens het gebruik ervan zou vallen. Het wapen werd (en wordt) links op de heup gedragen, zodat de ruiter deze met rechts kon gebruiken. Vijand liet men dan ook rechts passeren. Uit deze gewoonte stamt het links rijden op de weg, dat vroeger over de hele wereld gebruikelijk was. Op Prinsjesdag rijden de escorteurs van het Ere-escorte Cavalerie met het “getrokken sabel”.

In de loop der jaren heeft ook de Nederlandse cavalerie diverse sabel modellen gedragen. In een uitgebreid artikel van de heren Jannes Lohmeijer & Raymond Manders, dat zij welwillend ons ter beschikking hebben gesteld, leest u meer over dit wapen.

De sabel werd initieel vooral gebruikt door militairen, meer bepaald, door de cavalerie. Omdat officieren, ook buiten de cavalerie veelal te paard gingen, behoort de sabel nu nog steeds tot het ceremonieel-tenue van veel officieren. 

Boven een officierensabel, onder een sabel voor de manschappen, model 1813. (bron: Nat. Militair Museum)

Een militaire sabel heeft per definitie een gekromde kling. Door deze kromming is een sabel effectief bij een snijdende slag, zoals gebruikt door de huzaren van de lichte cavalerie. Dit in tegenstelling tot een recht wapen dat effectiever is bij steken, zoals bij een frontale aanval in rengalop, zoals uitgevoerd door de zware cavalerie, door de kurassiers en karabiniers. De kromming van de kling heeft daarnaast als, zij het beperkt, voordeel dat het in vergelijking tot een recht even lang wapen gemakkelijker uit de schede kan worden getrokken, hoewel normaal gesproken het gevecht wordt aangegaan met een vooraf getrokken sabel.

Hoewel de sabel al in de 10e eeuw opdook, duurde het tot de 18de eeuw tot het wapen in de napoleontische tijd werkelijk populair werd en de degen en het rapier verdrong. De gekromde sabel werd daarentegen rond 1900 bij de cavalerie weer vervangen door rechte wapens.

Eenieder draagt momenteel het Cavalerie sabel M.1895, de lange sabel nummer 3, vernikkeld. Tot en met opperwacht- meester is deze voorzien van een zwart handvat. Vanaf adjudant is dit handvat omwikkeld met gedraaid zilverdraad. Officieren en adjudanten hebben hieraan een dragon, onderofficieren een zilver/oranje kwast met gegraveerde peer. De manschappen dragen een blauwe, katoenen kwast. Alle dragons/kwasten hangen aan een zwart gevlochten koord.

Kijk hier voor meer informatie over cavalerie- en andere sabels

In 2020 werden een groot aantal sabels uit het Rijksmuseum in Amsterdam verkocht via veilingen. Een klein aantal bleef achter in het Rijksmuseum en ook de cavalerie kreeg van het Rijksmuseum een aantal sabels terug.

Hier kun je een video bekijken van zo’n veilinghuis met uitleg over de diverse sabels.

Sabreren

Het sabreren is in feite het ‘neer sabelen’ van vijand.

Tegenwoordig vooral bij traditionele opening van een fles champagne geschiedt het ontkurken met een (meestal speciaal daarvoor geschikt) sabel dan noemen we dat ‘sabreren’.

Indien iemand ongeoefend is in het sabreren kan dit nog wel eens tot hilarische taferelen en verlies van een heerlijke fles met inhoud leiden. In uitzonderlijk geval kan ook het sabel breken… zoals we ooit tijdens een Regimentsdiner van onze eigen onderofficieren leerden…

De Kolbak

afgebeeld de kolbak voor manschappen en onderofficieren, rechts een kolbak voor officieren. Naast de kinketting is ook de witte festoen of schommel op de kolbak bevestigd. Voor Officieren is die in zilver.

De kolbak is het meest bekende en herkenbare cavalerie hoofddeksel naast de zwarte baret.

De kolbak is het hoofddeksel van de bereden wapens en in het bijzonder de cavalerie. Vroeger was deze gemaakt van zeehondenbont, dat redelijk goed bestand was tegen sabelslagen. Tegenwoordig bestaat de muts uit kunstbont.

Bovenop en naar rechts hangt de kolbakzak af. Oorspronkelijk was dit een slappe puntmuts met een bontrand. Door de jaren heen werd de rand hoger en werd dit met toebehoren (zie afbeelding) het uiteindelijke ontwerp. Onderaan de zak hangt een zilveren kwastje (deze is bij onderofficieren en huzaren wit).

Voor op de muts zit een oranjekleurige kokarde – ten teken van de verbondenheid met het Huis van Oranje – met een zilveren tulp met een 30 cm. lange witte verenpluim
(bij onderofficieren en huzaren is dit een kwastje van wit paardenhaar).

Fourragère of halssnoeren met kwasten

Een nestelerekoordvuurkoord of fourragère, is een gevlochten koord op de schouder van het uniform. De nestels op het uniform zijn verbonden aan een functie of een collectieve onderscheiding van de militaire eenheid. Men draagt de nestels om de bovenarm en zij worden aan de knopen van de jas vastgemaakt. Officieren droegen (en dragen tegenwoordig opnieuw) als rangonderscheidingsteken de fourragère in plaats van (en soms samen met) de rang met sterren, balken en/of krans op de schouders. De fourragère ziet u hieronder.

Op het atilla kunnen zowel sterren als halssnoer of fourragère gedragen worden om de rang van de militair aan te geven. Deze officiersdistinctieven worden met behulp van een lis van goud of zilverdraad aan een kneveltje op de linker schouderbedekking bevestigd. Dan wordt het kneveltje door het dubbele koord bestoken en met de voorste schuiver vastgezet. Het koord ging nu over de linkerschouder langs de rug en onder de rechterarm door, waarna de kwasten door het einde van het koord gestoken worden en met de tweede schuiver opgesloten.
De kwasten hangen dus af op de linkerborst, met het ondereinde ter hoogte van de derde knoop.
De generaals droegen op de peer van elk der vier kwasten één ster; de luitenant-generaals op de peer van de bovenste twee kwasten elk twee sterren en de generaal-majoors op elk van de bovenste twee kwasten één ster; de kolonel wordt onderscheiden door vier kwasten van bouillons, de luitenant-kolonel door twee gouden en twee zilveren; de majoor door drie en de ritmeester/kapitein door twee dergelijke kwasten.
De luitenants dragen kwasten van torsade, en wel de eerste luitenants drie en de tweede luitenants twee, net als de regimenstadjudant.

Herkomst:
De nestel of erekoord, in het Frans fourragère genoemd, is een van oorsprong Frans onderdeel van een uniform.
In verschillende landen is het een waarderingsonderscheidingsteken, een aanduiding van een functie of een collectieve onderscheiding die aan de Vaandel of de Standaard wordt gebonden en door alle militairen van een eenheid wordt gedragen.
De nestel werd volgens sommige bronnen ingesteld door Keizer Napoleon I maar is vermoedelijk veel ouder. Sinds de Middeleeuwen werd gebruikgemaakt van veters en koorden om onderdelen van de wapenrusting samen te knopen. Door de jaren heen verschilden de vorm, het materieel en de samenstelling, totdat de oorspronkelijke functie verloren ging.

Een ander verhaal rond de nestel vertelt over het ‘snoer’ dat men voor het paard gebruikte om deze ergens aan vast te binden. Ook wordt genoemd dat het gebruikt werd om voer voor het edeldier te verzamelen en te vervoeren.

Aan al die kwasten en koorden stelt het Ministerie Defensie overigens wel een aantal eisen

Tweede Luitenant (zilver)
Eerste Luitenant (zilver)
Ritmeester (zilver)
Majoor (goud)
Luitenant-Kolonel (zilver/goud)
Kolonel (goud)

De Vangsnoer

Om de kolbak in de hitte van de strijd niet te verliezen, maakte de ruiter deze vast aan zijn uniform door middel van een “Pijnappelsnoer” of vangsnoer. De bevestigingspunten zitten onder de rode kolbakzak en aan de bovenste knoop van de tressen op de attila. Adjudanten en hoger dragen een zilverkleurig vangsnoer, de onderofficieren en huzaren hebben een wit koord. Op onderstaande foto’s is een lang en korte vangsnoer te zien.

Vangsnoer officieren lang model
Vangsnoer officieren kort model
Vangsnoer manschappen

De Sabeltas

Voor de cavalerie is de sabeltas onlosmakelijk verbonden met het sabel. Omdat de huzaar in zijn uniform geen zakken had maar wel documenten mee moest kunnen nemen en die tijdens het paardrijden niet kon vasthouden kreeg deze een sabeltas. Tegenwoordig is het een ceremonieel onderdeel van het uniform.

In deze zwarte lakleren tas zaten vroeger officiële documenten zoals militaire orders, geloofsbrieven en landkaarten.

De overslag maakt de tas waterdicht. Aan de slangenhaak bevestigt de ruiter zijn sabel wanneer hij op- en afstijgt. Het verzilverde embleem is een afbeelding van beschermheilige Sint-Joris op een paard of het cijfer van het regiment. De ruiter draagt de riem om zijn middel met de sabeltas links.

Sabeltas 6e Regiment hussaren;
foto: Nationaal Militair Museum

De Attila

Het officiersuniform van de cavalerie is donkerblauw met koordversieringen in ‘Nassaublauw’: de zogenaamde tressen. Deze waren in het originele uniform, daterend uit 1867, verstevigd met staaldraad. Ruiters waren hierdoor enigszins beschermd tegen houwen met de sabel (treffers met de zijkant van het wapen, red.). De tressen van het 2e en 4e regiment waren Nassau blauw, die van het 1e en 3e regiment waren rood. Tegenwoordig zijn de tressen standaard Nassau blauw.
De kleur van de lus op de opstaande kraag correspondeert nu met het regiment waartoe de ruiter behoort. Dit kon rood, wit, staal of Nassau-blauw of oranje zijn. Iedere cavalerist mag het uniform dragen tijdens grote staatsceremoniën, of wanneer hij of zij gaat trouwen. Prins Bernhard is bijvoorbeeld in attila van ritmeester getrouwd.

Sinds 1867 draagt de cavalerist een atilla; tegenwoordig wordt deze slechts nog gedragen bij bijzondere gelegenheden en bij bijvoorbeeld een optredens van de fanfare Bereden wapens. Het bestaat uit een broek en jekker.
Na 1912 werd de attila vervangen door het grijsgroene standaardtenue.

Bij de atilla kan ook een pelsjas of mantel gedragen worden bij bepaalde weersomstandigheden, dit is de ‘Nassau blauwe’ mantel, met donkerblauwe voering. De rangonderscheidingstekens zijn hierbij op de kraagpunten bevestigd.

De sabeltas is door middel van riemen bevestigd aan een sabelkoppel en wordt onder de attila gedragen. Vanaf adjudant is het geheel uitgevoerd in lakleder en tot en met opperwachtmeester in zwart tuigleer. De metalen onderdelen zijn vernikkeld (geen chroom). De giberne met patroontas is voor adjudanten van zwart lakleder met zilveren beslag en voor officieren geheel zilver.

atilla hoofdofficier
atilla officier luchtvaart afdeling
atilla onderofficier 1937

Broek

Deze is, net als de attila, gemaakt van donkerblauwe stof en is voorzien van een gekleurde bies. De kleur correspondeerde met het regiment en kon dus rood, wit, blauw of oranje zijn, nu is dat “staal blauw” (RHPCA) of Nassau blauw (RHB).
De breedte van de bies is overeenkomstig de rang:
• tot en met de rang van opperwachtmeester 3 mm
• adjudant tot en met ritmeester 15 mm
• majoor en hoger 30 mm

De pantalons zijn, ongeacht de rang, aan de binnenkant onderzijde voorzien van halfrond zwart leder. De Bereden Ere-escorte Cavalerie draagt een ruiterbroek.

De rangen

De fourageres werden vervangen door zilverkleurige rangonderscheidingstekens in de vorm van sterren, balken en lauwertakken. De sterren voor het CT zijn 21,5 mm en de balken 50 mm en dus groter dan die op het DT, de lauwertakken van het standaardmodel. Deze worden geplaatst op de goudkleurige gevlochten schouderbedekking. Bij militair personeel ingedeeld bij het Militaire Huis van Z.M. de Koning worden boven het rangonderscheidingsteken een zilver- of goudkleurig monogram geplaatst (maat 3).
Op de Atilla (Cavalerie) worden goudkleurige rangonderscheidingstekens gedragen en een goudkleurig monogram (maat 3) (op de blauwe gevlochten schouderbedekking). Deze schouderbedekking heeft geen knoop;


Muziekanten: Afhankelijk van de rang is op de staande kraag een wit of zilverkleurig, 10 mm breed, galon aangebracht. Wanneer er een 10 mm brede galon op de staande kraag zit, betreft het een muzikant. Vanaf adjudant worden de rangen op de schouders gedragen. De overigen dragen deze op de ondermouw. Het Ere-eskadron draagt fourragères. De muzikanten dragen, vanaf de linker schouder, schuin voor het lichaam, een giberne met op de rug een tas voorzien van zilverkleurig embleem (de Sint Joris). De kwasten van de koordsjerp worden door manschappen en onderofficieren aan de linkerkant gedragen. De officieren dragen deze rechts.

De Giberne of patroontas

De ruiter gebruikte de giberne vroeger als patroontas voor het meevoeren van pistoolmunitie. De inhoud bestond uit een houten blok met gaten voor de patronen en een blikken trommeltje met reservevuurstenen en onderdelen. De cavalerieofficier draagt de zilverkleurige patroontas rechtsachter op de rug. Aan de voorzijde van de bandelier zitten, achter een schildje aan een ketting, 2 ruimernaalden. Hiermee kon het zundgat van pistool of karabijn gereinigd worden. Net als de sabeltas draagt de giberne een afbeelding van beschermheilige Sint-Joris of het regimentscijfer in een krans.

Tegenwoordig wordt de giberne alleen gedragen bij de bereden wapens; naast de cavalerie zijn dat de artillerie bij alle drie de korpsen: veldartillerie, rijdende artillerie (de gele rijders) en luchtdoelartillerie en door de Koninklijke Marechaussee.

Giberne 6e regiment huzaren
Giberne 4e Regiment Huzaren
Giberne voor officieren
Detail van de klep met beslag van de officiers giberne

De giberne wordt gedragen bij het ceremonieel tenue, het geklede tenue en bij bepaalde gelegenheden of taken bij het dagelijks tenue. Alleen bij het ceremonieel tenue is het een vast onderdeel van de uitmonstering. Ook wordt deze nog gedragen bij dienst als Onderofficier van Eskadronsdienst en krijgt de “best man” van de Vaktechnische opleiding Verkenning een Giberne als aandenken.

De Koordsjerp

Standaarddrager Huzaren van Boreel

Om de taille draagt de ruiter een oranje koordsjerp, terwijl de eenheden te voet een bandsjerp dragen.

De koordsjerp verwijst naar het fouragenet dat werd gebruikt om voer voor het paard in te verzamelen en wat ook hangend aan een tak of hek kon dienen als ‘voerbak’.

Koordsjerpen kunnen diverse kleuren of kleurencombinaties hebben, bijv. bij de Gele Rijders rood/geel.

De oranje sjerp is voorbehouden aan officieren en wordt al sinds de Tachtigjarige Oorlog als zodanig gebruikt. Bij de koordsjerp wordt de kwast aan de rechterzijde gedragen terwijl dat bij de bandsjerp links is. Manschappen en onderofficieren dragen een blauwe koordsjerp (foto).

Sinds 1934 zijn deze koordsjerpen vervaardigd uit vier strengen; de koordsjerp bestond ook gemaakt van drie strengen. Dit was gebruikelijk in de periode tot 1912 en daarna weer vanaf 1923 tot aan circa 1930 (jaar van verandering voorschrift niet precies bekend). Dergelijke artikelen werden ook wel onderling ‘doorgegeven’, dus gebruik na 1930 (tot aan 1940) is heel wel mogelijk.

Koordsjerp officieren lang model

Schoeisel en sporen

Er worden bij de atilla halfhoge zwart lederen bottines gedragen, voorzien van hakbalsporen. Indien de rijbroek gedragen wordt dan draagt de ruiter daarbij rijlaarzen met sporen.

Het Ere-escorte Cavalerie draagt o.a. bij Prinsjesdag deze uniformstukken en houden de escorteurs daarmee de cavalerie tradities publiekelijk in ere. Na de oplegging van de tankregimenten op 16 september 2012 en voor de heroprichting van het Regiment Huzaren Prinses Catharina-Amalia in 2020 behoorde het Cavalerie Ere-escorte registratief bij het regiment Huzaren van Boreel.

Handschoenen

Bij de atilla draagt iedereen wit katoenen handschoenen, de standaarddrager draagt wit lederen handschoenen.

Opleggen van de Standaarden van het Regimenten Huzaren van Sytzama en Huzaren Prins van Oranje in Den Haag op 16 september 2012. In 2007 was het Regiment Huzaren Prins Alexander al ontbonden. Vanaf deze dag bleef slechts het regiment Huzaren van Boreel als enige cavalerieregiment bestaan.

Herkomst foto’s: Afdeling communicatie Min. van Defensie, het NIMH, RegimentsOog, Sabels.net, Imadia.nl en eigen foto’s.

Literatuur:
“Beschrijving van de Uniformen, de tenuen en het paardetuig van de Landmacht (Boekwerk Uniformen)”, Koninklijke Landmacht Voorschrift no. 20a, Den Haag 1923 / 1934.
Dit voorschrift is in meerdere exemplaren, van meerdere jaargangen aanwezig in o.a. de bibliotheek van het Legermuseum en het Cavaleriemuseum.

error: Hey Verkenners en Boreelfans, deze inhoud is tegen onbevoegd opslaan beveiligd!