Door kolonel Hans van Dalen, Commandant Regiment Huzaren van Boreel
Informatietechnologie en de mensheid
De wereldwijde maatschappelijke onrust heeft niet alleen te maken met COVID, maar ook met de disruptieve werking van nieuwe informatietechnologie. Informatie heeft bij omwentelingen in de geschiedenis altijd al een belangrijke rol gespeeld. Significante veranderingen in informatietechnologie hebben namelijk vrijwel altijd geleid tot periodes van instabiliteit door grote veranderingen in de ordening van maatschappijen en zelfs een herordening van machtsverdeling binnen samenlevingen. Herverdeling van de macht ging bovendien meestal gepaard met geweld in de vorm van volksopstanden, revoluties en oorlogen. En dit beangstigende fenomeen is in de huidige tijdperk helaas ook waarneembaar.
De introductie van de boekdrukkunst maakte bijvoorbeeld de bijbel in grote getale toegankelijk voor de bevolking, die hierdoor geen geestelijke tussenpersonen meer nodig had om het woord van God uit te leggen. De ‘Heilige Schrift’ konden ze immers nu zelf lezen en interpreteren. Informatie was dus in feite van vorm veranderd. Van spraak in letters. De boekdruk kunst verminderde uiteindelijk de macht van de geestelijkheid en leidde direct of indirect tot een golf van godsdienstoorlogen in de 15e en 16e eeuw.
Bij de opkomst van kranten gebeurde ongeveer hetzelfde. Vernieuwende politieke ideeën konden gemakkelijker worden verspreid, waardoor autoriteit van koningen werd aangetast. Informatie nam in deze periode vooral in omvang toe. Koningen konden en werden nu gemakkelijker in het openbaar ter verantwoording geroepen. Ook was het nu veel eenvoudiger geworden om revolutionaire ideeën te verspreiden. Monarchieën werden hierdoor aan het einde de 18e en begin 19e eeuw uiteindelijk gedwongen een ‘verlichte’ identiteit aan te nemen of werden door volksrevoluties aan de kant geschoven. De revolutionaire- en Napoleontische oorlogen waren het gevolg.
Aan het einde van de industriële revolutie verscheen de telegraaf en later de radio op het toneel. Hierdoor waren mensen in staat om over grote afstanden berichten te verspreiden. Informatie werd hierdoor nu ook sneller verspreid. Dit bracht een globalisatiegolf met zich mee die leidde tot verspreiding van westerse macht over de wereld (kolonisatie). Uiteindelijk leidde dit echter ook in een aantal delen van de wereld tot machtsconcentratie in handen van enkele dictators die de nieuwe media gebruikten voor staats-ideologieën of persoonlijke machtsvergroting. Vooral de radio is immers een één-weg communicatiemiddel. Mensen konden niet terugpraten, hadden weinig relativerende omgevingsbeelden en werden beïnvloed door ‘his mastersvoice’ die tot hun sprak en kennelijk ‘alles wist’. En de hieruit voortvloeiende nationalistisch en/of totalitaire staatsregimes leidde uiteindelijk tot unificatieoorlogen, veroveringsoorlogen en wereldoorlogen.
Dit veranderde snel na de Tweede Wereldoorlog met de verdere verspreiding van de TV. Nu waren de mensen immers niet langer afhankelijk van de perceptievorming door een radiostem, maar konden zelf ook een beeld vormen door de TV-beelden die ze zagen. Men kon nu zien wat er in andere werelddelen aan de hand was en hier een mening over vormen. Perceptie werd belangrijk. Deze informatietechnologie leidde tot dekolonisatiegolf, studentenopstanden en de langzame verspreiding van westerse denkbeelden over de wereld, zoals democratie en kapitalisme. Mensen eisten immers van hun regeringen welvaartsverbeteringen en grotere vrijheden. Maar ook dit proces ging met aanzienlijk geweld gepaard.
Met de introductie en de wereldwijde verspreiding van computers en (later) internet begin jaren negentig, kwam de volgende golf van veranderingen op gang. De Age of Computers was aangebroken. Informatie begon van letters, audio en beeld in data te veranderen. Dus van analoog naar digitaal. De mogelijkheden tot snelle wereldwijde informatie-uitwisseling en samenwerking leidde tot handelsvergroting, welvaartstijging en hoop op een betere wereld (Brave New World) zoals verwoord door G.W Bush en Fukoyama in zijn boek End of History. De computer zou immers alles oplossen, westerse waarden zouden zegevieren en wereldvrede lag binnen handbereik.
Dit viel echter tegen. De volgende informatietechnologie verandering was alweer aanstaande. En een belangrijke want terwijl voorheen het voor staten mogelijk was om informatiestromen en informatieproducenten enigszins onder controle te houden of te bestrijden, was dat met de introductie van de smartphone niet langer mogelijk. Iedereen kon nu immers informatie produceren met een vingerbeweging op de smartphone. Niet alleen regeringen en organisatie produceerden data, maar elke wereldburger. Informatie werd gedemocratiseerd. Er ontstond een persoonlijke, continue veranderende digitale footprint, een soort ‘digitale uitlaat.’ Massadataontstond. Die verhandelbaar werd. Informatie is big(data) geworden. De mensheid is met de introductie van deze technologie meer verbonden, meer communicatief en meer betrokken als ooit te voren.
Dit is niet zonder gevolgen gebleven. Alles is transparant geworden, waardoor leiders voorzichtiger zijn gaan worden. Mensen voelen zich bedreigd, waardoor ze zich terugtrekken in lokale gemeenschappen. De informatiestroom leidt tot oppervlakkigheid, waardoor populisme en korte termijn politiek opbloeit. Diverse antiwesterse denkbeelden hebben bovendien als tegenmechanisme hierdoor aantrekkingskracht gekregen, vooral online. Een golf van onrust (en vaak ook geweld) trekt daarom door onze wereld. Voornamelijk veroorzaakt door nieuwe informatietechnologie. Sommigen spreken daarom niet van een Age of Data maar van een Age of Disorder. Bovendien heeft informatie ook een ongemerkte corrumperende, vertragende en zelfs verlammende aspect op het vermogen van machthebbers om hierop te reageren of te anticiperen. Dit maakt het voor politici en beleidsmakers ook moeilijker antwoorden te vinden.
We zijn afhankelijk van data. De internet-of-things ontwikkeling maakt dat we niet meer zonder data kunnen. Uit efficiëntie-, nauwkeurigheid- en snelheidsoogpunt is data essentieel geworden en onmisbaar. Data is tegelijkertijd een verhandelbaar product geworden. Er is sprake van wereldwijde handel in data, die door velen als bedreigend wordt ervaren en met privacy- en database wetgeving door staten wordt bestreden. De term dataïsme werd gebruikt om de data-afhankelijkheid van onze samenleving te duiden. Hierdoor is de paradox ontstaan dat we voor efficiëntie en gemak data willen en moeten delen, maar tegelijkertijd deze data in handen van grotere organisaties als beangstigend en bedreigend ervaren.
Maar we zijn niet alleen afhankelijk van data, maar ook verslaafd aan data. Een paar getallen: meer dan 4 miljard mensen heeft persoonlijke toegang tot internet. Facebook heeft 2,4 miljard abonnees, meer dan dubbel de bevolking van China. Youtube staat op de tweede plaats met 2 miljard abonnees, gevolgd door Instagram met 1 miljard. What’s App meer dan 1,6 miljard. En ook Twitter en TikTok groeien razendsnel. Elke dag worden 500 miljoen tweets verzonden. En alles draait om beelden en percepties. 55% van de mensen met social media kijkt elke dag videofilmpjes. Elke minuut wordt 300 uur aan videofilmpje geuploadet op YouTube. En deze getallen groeien nog elke dag. Kortom: The InformationBeast has to be fed.
We worden ook bedreigd door data. De modernste technologieën stellen ons in staat op persoonlijke behoefte afgestelde data te genereren. Of iemand op een kwaadwillende manier bewust te beïnvloeden, zonder dat hij of zij dit beseft. Dit wordt ook wel personalized targeting, meso-targeting of precision targeting of influencegenoemd. Deze mogelijkheid wordt verstrekt door het gebruik van Artifical Intelligence (AI) voor automatische dataverzameling, evaluatie en manipulatie en de toepassing van algoritmes voor geautomatiseerde besluitvorming zodat een influence-machineontstaat. Mensen voelen zich bedreigd hierdoor. De onbegrijpbaarheid, de ongrijpbaarheid en het verborgen karakter ervan, beangstigt mensen. Ook kunnen we tegenwoordig realiteit veranderen door inzet van Virtual Augmentation en Artificial Reality (VA/AR) methoden. We kunnen ook door middel van video- en audio-fakerybeeld – en geluidsfragmenten levensecht manipuleren. We kunnen chatbots inzetten voor het voeren van ‘menselijke’ gesprekken, inclusief emoties. Hierdoor is niets meer wat het lijkt. De mens krijgt het gevoel dat hij niet alleen zijn ogen en oren niet meer kan vertrouwen, maar dat ook zijn geest gemanipuleerd kan geworden. Hij voelt zich dus ontworteld, hij voelt zich geen ‘mens’ meer. Internet of Things (IoT) bestaat niet langer uitsluitend uit apparaten, we koppelen er ook mensen aan. En dieren. We kunnen apparaten laten reageren op onze stemmen (voice enabled interfaces). Mensen worden continue gevolgd door surveillance systemen, die automatisch onze stemmen, gezichten, bewegingen en zelfs gevoelens herkennen. De mens is een computer geworden. Een menscomputer in de InformationMatrix.
Vele wetenschappelijke studies en boeken zijn er al gewijd aan de nieuwe informatietechnologie. Vrijwel allemaal duiden ze op de paradox tussen toegenomen interactiemogelijkheden van de mensheid en de hiermee gepaard gaande destabilisatiegevaren. Sommige van deze gevaren zijn duidelijk waarneembaar, maar sommige van deze gevaren liggen dieper onder de oppervlakte en vragen om meer studie.
Aan informatie zitten vele voordelen. Veel menselijke interactie en menselijke handelingen zijn gemakkelijker geworden met internet, smartphone technologie en de vele apps. Informatie is dus een ‘zegen’. Maar we mogen onze ogen niet sluiten voor de negatieve aspecten van informatie. Informatie is namelijk tegelijkertijd een ‘vloek’ en heeft een ‘donkere, duistere’ zijde.
Ten eerste verstoort informatie. Het maakt ongemerkt menselijke interacties en vooral besluitvorming vaak langzamer. De toegenomen transparantie van ons handelen en de enorme hoeveelheid beschikbare informatie weerhoudt er ons in toenemende mate van om snelle en tijdige beslissingen te nemen, vooral als deze risicovol zijn. We vrezen namelijk het oordeel van het meekijkend publiek en beoordelende rechterlijke macht. Meer en meer moeten zijn we geneigd rekening te houden met alle mogelijk aspecten, ongeacht hun importantie, en verlopen beslissingsprocedures trager en trager. De toegenomen, soms excessieve drang naar fysieke en sociale veiligheid en ‘politieke-correct’ gedrag, zijn hier uitwassen van. Meer en meer gaan we bij vergaderingen uiteen, zonder besluit maar met de opdracht om nog meer informatie te verzamelen.
Het verstoort tevens onze menselijke basisvaardigheden. We gebruiken volop software en apps die onze keuzes bepalen wat we kijken, wat we leuk vinden, wie we moeten liefhebben, met wie we moeten trouwen, op wie we moeten stemmen, wat we moeten betalen. We gebruiken apps die onze menselijke vaardigheden overnemen, zoals auto rijden, koken, huishouden, fietsen. Maar dit is een gevaarlijk fenomeen. Algoritmes bedreigen de basis dingen die ons mens maken. Die ons onderscheiden van de dierenwereld. AI haalt als het ware de menselijkheid uit de mens. Het degradeert ons tot cyber-lemmingen. Het is namelijk met ons menselijke vaardigheden hetzelfde als met menselijke spieren: als je ze lange tijd niet gebruikt, slinken ze.
Ten tweede vervlakt informatie. De als maar toenemende informatie hoeveelheid leidt tot informatiechaos in ons hoofd, tot information-overload. We nemen informatie hierdoor vluchtig tot ons en hebben geen tijd of energie meer om diepteonderzoek te doen, misinformatie op te sporen, tegenargumenten tot ons te nemen of wetenschappelijke studies te raadplegen. De ‘openheid van het debat’ en ‘angst voor media- of publieke veroordeling’ dreigt de scherpe kanten van onze politieke discussie te halen en drijft ons naar ‘politiek correcte’ antwoorden en standpunten. We zoeken niet meer naar antwoorden. AI bepaalt onze antwoorden. De algoritmes baseren hun berekeningen op onze clicks, waardoor we automatisch meer van onze interesses voorgeschoteld krijgen. Hierdoor wordt ons denken afgevlakt en eenzijdiger, niet alleen dat van onszelf, maar ook van onze leiders. Zij reageren meer en meer op percepties en vluchtige publieke opinies. Al hun handelen is immers transparant geworden. We dreigen dus langzamerhand het menselijke vermogen te verliezen om complexe problemen op te lossen.
Als derde aspect: informatie verdeelt ons. Doordat AI bepaalt wat voor soort nieuws we consumeren blijven in onze ‘echo-chambers’ en ‘silos-of-belief’ hangen, die een zelfversterkend effect hebben omdat we alleen maar ons-beeld-bevestigende informatie voorgeschoteld krijgen en bespreken in groepjes die onze denkbeelden delen. Dit is paradoxaal. Terwijl internet en social media ons juist meer zouden moeten verbinden, verdelen ze ons meer en meer in online data-groepen, waardoor we uiteen worden gedreven en standpunten verharden. Sommige mensen kunnen de snelle digitale ontwikkelingen niet meer bijbenen en komen buiten de maatschappij te staan. Er is sprake van een digital divide. We dreigen terug in het stammentijdperk te zakken en digital tribes te worden. Dit alles wordt steeds erger doordat informatie-platforms elkaar opkopen en zich concentreren. The infosphere is not universal, but is becoming fragmented. Dit is geen goede ontwikkeling. Zeker niet met het vooruitzicht van disruptieve technologieën en een mogelijk aankomende (met geweld gepaard) gaande herordening van de macht, zoals ik die in de eerste paragrafen schetste.
Als vierde het ergste aspect: informatie beschadigt vertrouwen. Vertrouwen in instituties en vertrouwen in informatie zelf. Objectieve waarheid bestaat niet meer. We leven in een post-truth age en onze nieuwe waarheden worden door zoekmachines bepaalt. De lijst met de bovenste 10 resultaten van Google is onze nieuwe waarheid. Erger nog: we zijn helemaal niet meer geïnteresseerd in waarheid. We zijn op zoek naar aandacht, naar sensatie. Het draait bij de nieuwe media om aandacht, in plaats van waarheid (en vertrouwen). Zoals een onderzoeker stelde: “The narrative that wins is not the one than can draw the line of best fit to the truth, but the one that is inside the blanket that comforts the listener”. ‘Sensationeel nieuws, dat niets kost – in ruil voor je aandacht’ is het verdienmodel. Wie betaalt er tegenwoordig nog voor kwaliteits-journalistiek? Bovendien is ‘liegen’ of ‘waarheidsverdraaien’ het nieuwe ‘normaal’ geworden. Sommig nepnieuws duurt eeuwig, omdat de perceptie al in de hoofden van de mensen is gepland en er nauwelijks uit te krijgen is. En met herhaling bedekken we alles: “een leugen die eenmaal is verteld is een leugen, maar een leugen die duizendmaal is verteld wordt de waarheid”, zei Churchill al eens. En sinds we weten dat digitale informatie zeer vluchtig is, gemakkelijk kan worden gemanipuleerd of veranderd, vertrouwen we de informatie zelf ook niet meer. We worden bang van informatie, lopen er met een boog omheen, stoppen met lezen en kijken in toenemende mate liever naar (vluchtige maar wel verslavende) beelden en filmpjes. Velen luisteren en kijken liever naar ‘influencers’. Hun oppervlakkige denkbeelden, gebaseerd op persoonlijke emoties, bepaalt vaak onze ‘ethiek’ die hierdoor dus een ‘trolling’ karakter krijgt en erg veranderlijk en vergankelijk dreigt te worden. En dat terwijl ethiek toch altijd één van de bindweefsels van onze westerse samenleving was.
De nieuwe disruptieve golf van informatietechnologie beschadigt dan ook het vertrouwen in bestaande politieke, financiële, economische, juridische en zelfs maatschappelijk instituties. De ‘onkreukbaarheid’ van deze instituties is verdwenen door de toegenomen transformatie die het gevolg is van deze informatietechnologie. En dit verschijnsel valt duidelijk te zien in onze Westerse wereld. Ons vertrouwen in gevestigde instituties en onze leiders is beschadigd door de Snowden-onthullingen, Wikileaks-publicaties en vele gevallen van kreukbare, corrupte en kwetsbare politici. We vertrouwen hierdoor onze leiders niet meer, die steeds kwetsbaarder worden en zich voorzichtiger gaan opstellen. En deze ‘gezagscrisis’ heeft publiek verzet tot gevolg, zoals gele hesjes beweging, civiel onrust en opkomst van populisme. Ons sociaal kapitaal is gecorrodeerd. We zijn in toenemende mate gepolariseerd en dit neemt alleen maar toe. We hebben een vertrouwenscrisis in het Westen. We zijn ‘losgeslagen op een zee van informatie.’
Veel belangengroeperingen, industrieën en politici hebben dit intussen ontdekt. Ze beseffen dat om hun doelstellingen te bereiken ze het beste hun activiteiten kunnen richten op het vertrouwen van de doelgroepen. Soms willen ze het vertrouwen in bestaande zienswijzen beschermen, maar soms willen ze die veranderen. En dat openlijk tegenspreken vaak niet de beste methode, maar twijfel zaaien over bestaande zienswijze wel. Dit zien we gebeuren met twijfel zaaiende belangengroeperingen over wel of niet schadelijke effecten van roken, van suiker, van alcohol en van wapens. Twijfel over het nut van ’vergroening van onze energievoorziening’. Twijfel over de menselijke aspecten van vluchtelingenopvang, armoede. Twijfel over de regering, twijfel over de doodstraf. Twijfel over COVID bestrijding. Twijfel over alles.
Maar deze groeiende twijfel raakt de mensheid in de kern. Onze vermogen om in grote groepen na te denken stelde ons immers in staat om voor de meest complexe problemen (honger, armoede, ziekte) oplossingen te bedenken. Terwijl internet dit nu juist zou moeten verbeteren, dreigt het groeiend gebrek aan vertrouwen en de groeiende ‘twijfelmuren’ dit nu te verstoren. Dit vindt plaats terwijl er grote problemen op de mensheid afkomen, zoals overbevolking, ecologische veranderingen, immigratie en grondstoffen management. We zien dit in de internationale arena ontstaan. Er wordt internationaal steeds minder samengewerkt en internationale instellingen (Wereldbank, Internationaal Monetair Fonds, Verenigde Naties, Europese Unie) verliezen allemaal terrein. Steeds meer landen keren in zichzelf en bouwen muren in plaats van bruggen. In de literatuur worden dan ook steeds meer beangstigende benamingen gebruikt, zoals global libertarianism, progressive localism, national protectionism of national developmentalism. We hebben niet alleen een vertrouwenscrisis in het Westen, maar in de gehele wereld.