Kopt het artikel in het Veteranen Magazine Check Point (uitgave September 2024) met onze Boreel-veteraan Ronald van Dort.
door Els Mannaerts (tekst) en Erik Smits (foto’s)
Overgenomen met toestemming van de hoofdredacteur
Ronald van Dort rolde The Big Six.
Na een bermbomaanslag in Afghanistan verloor Ronald van Dort beide benen en belandde hij in een rolstoel. Maar het duurde niet lang voordat hij stappen zette op een nieuwe weg. ‘Stilzitten is niet helemaal mijn ding.’
Al jong wilde Ronald van Dort bij Defensie. Het leek hem een werkplek waar je de nodige fysieke uitdagingen zou tegenkomen. Daar houdt hij van. ‘Mijn zus zat toen al bij de marine, daar ben ik ook begonnen. Maar dat was niks voor mij, kon je alleen marathons rennen op het dek van een schip.’
Hij stapte over naar de Landmacht en in 2008 werd Van Dort met zijn eenheid naar Afghanistan uitgezonden. De ‘ontmoeting’ met de bermbom was een gevalletje :’juiste man op de juiste plek”, zegt Van Dort. De juiste plek? ‘Ja, ik heb het overleefd, dankzij de medische jongens die precies het goede hebben gedaan.’
Sportief
Van Dort was levensgevaarlijk gewond en werd drieënhalve maand in coma gehouden. Bij het ontwaken werd hem duidelijk dat hij door het leven moest zonder zijn benen. ‘Het klinkt misschien gek, maar je mindset wordt meteen anders. Ik kreeg de kans om verder te leven, dan moet je die kans wel grijpen. Ik dacht meteen: wat kan ik wel? En ik had de goede mensen om me heen: mijn ouders, mijn zus, mijn vriendin, ze hebben me er echt doorheen geholpen. Niet alleen in het begin hoor, ook tijdens mijn revaiidatie. Als iets niet lukte en ik was gefrustreerd, dan kreeg mijn vriendin de “klappen”. Zij staat het dichtste bij me. Ik heb toen wel ooit gezegd: ik snap het als je bij me weg wilt. Maar ze is gebleven en ik krijg haar niet rneer weg. Nee, getrouwd zijn we nooit. Ik kan niet op mijn knieën, hè?’
‘Ik merkte dat je alles kan; als je maar wilt”

In totaal bleef Van Dort vijf maanden in het ziekenhuis, daarna volgde zes maanden revalidatie in Doorn. Hij kreeg twee beenprotheses aangemeten, maar die lagen al snel in de hoek. ‘Ik had nauwelijks functiewinst, die dingen zaten me alleen maar in de weg, en het kan mij niet zo veel schelen dat mensen soms raar opkijken dat ik twee benen mis. Dus de kosmetische winst was aan mij ook niet besteed.’
‘Die dingen’ zaten vooral in de weg bij beweging, want Van Dort was dan wel beide benen kwijt, maar stilzitten is niet helemaal zijn ding, zoals hij zelf zegt. ‘Ik was altijd al sportief. Ik heb in mijn jeugd wedstrijdgezwommen en gehonkbald. Ik wilde weer sporten. Basketbal leek me leuk, maar in het begin zat ik slecht in mijn stoel, ik mis mijn heup.’ in die tijd iiep hij Jaaike Brandsma tegen het lijf, ook een van de militairen die tijdens een Nederlandse missie in Afghanistan zwaargewond raakte en nauw betrokken was bij de Invictus Games, ‘Kom eens kijken bij het basketballen’, zei ze. Ik heb meegedaan en ik merkte dat je alles kan, als je maar wilt. Ik kreeg een stoel aangemeten en ben gaan trainen om deel te nemen aan die Invictus Games.’
Fanatiek
De Invictus Games zijn vooral bedoeld om lotgenoten te ontmoeten, trauma’s te verwerken en de weg naar herstel te vinden. ‘Maar bij Defensie kunnen ze niks normaal doen, dus het ging er meteen heel fanatiek aan toe. Dat past wel bij mij. Het eerste jaar werden we vierde en won ik brons met zwemmen.’ Fanatieke Van Dort had de smaak te pakken en in de twee jaar daarna vulde hij zijn prijzenkast rijkelijk met zilveren en gouden medailles op de onderdelen rolstoelbasketbal en zwemmen. Het jaar daarop haalde hij ook in Sidney medailles en in Den Haag trad hij opnieuw aan. ‘Mijn vader durfde niet te vliegen, maar in Den Haag kon hij natuurlijk gewoon komen kijken, dus ik wilde daar nog heel graag een keer vlammen, De gouden medaille die ik daar won, was voor hem’.
Lekker harken
Na vier deelnames waren de Invictus Games afgelopen voor Van Dort, maar het sporten uiteraard niet. ‘Ik vind het gewoon lekker om te rollen. Lekker harken, je kop leegmaken. Je hoeft alleen maar te zorgen dat je vooruit komt.’ De uitdaging lag voor hem in het uitrollen van De Big Six, de zes grootste marathons ter wereld: Tokyo, Londen, Berlijn, New York en Chicago. ‘Ja, ik wilde de lat metaal hoog leggen.’ De eerste marathon was Berlijn, daarna brak corona uit. Maar na de pandemie pakte Van Dort de draad weer op en rolde in anderhalf jaar de andere vijf marathons. ‘Ik doe het voor Kika. Dat is een heel mooi doel, vind ik. En er is een praktische reden: Kika regelt alles voor je: vlucht, verblijf, startbewijs. Als deelnemer moet je er dan voor zorgen dat je minimaal 7.500 Euro aan sponsorgeld binnenhaalt. Je bent met een groep, dat is ook fijn; dan heb je tenminste mensen om je heen als je uit je stoel valt of hulp nodig hebt.’
Geen obstakels
Overigens is Van Dort geen trainingsbeest. ‘Ik werk twintig uur als wapentechnicus bij het Korps Commandotroepen. Ik heb dus best wel wat tijd, maar als het regent ga ik echt niet rollen. Soms doe ik een week niks. Je lichaam kan veel hebben hoor, doorzetten zit tussen je oren.’ Obstakels herkent Van Dorp ook niet snel. ‘Nee, als ik een trap op moet, gooi ik eerst mijn stoel naar boven en dan ga ik er op mijn kont achteraan. Thuis heb ik ook alleen maar een douchezitje, verder geen aanpassingen. Je moet wel leren om er schijt aan te hebben als mensen naar je kijken, maar dat doet me echt niet veel meer.’
Ronald van Dort (42)
Missie: ISTAR TFE-5 ten tijde van TFU-4 naar Afghanistan (2007-2008)***
Rang: Huzaar 1e klas
Functie: Verkenner
Nu: Wapentechnicus bij Defensie
*** redactioneel: aangepast van de tekst uit CheckPoint aan de daadwerkelijke missie van Ronald destijds
Elfstedentocht
Nieuwe uitdagingen staan alweer op de agenda. ‘Ik wil een Iron Man doen, liefst op Hawaii, dat is de mooiste. Maar ik begin met een halve: 1,9 kilometer zwemmen, 90 kilometer fietsen en dan een halve marathon. Het moeilijkste is zwemmen in een groep. Als je tegen mijn bekken schopt, doet dat megapijn, dan zink ik meteen. En oefenen in buitenwater vind ik lastig. Als ik mijn stoel parkeer en ik ga zwemmen, moet hij er nog wel staan als ik terugkom, anders kom ik nergens meer.’ Binnenkort arriveert de speciaal ontworpen fiets en gaat Van Dort los. ‘Ik wil ook nog het Pieterpad rollen. Ze zijn nu bezig dat helemaal rolstoelvriendelijk te maken. Een dag of vijf trek ik daar voor uit. hoe lang dat is? Ruim 500 kilometer, dus dat lukt sowieso. ‘Een volgende stap zou de Elfstedentocht zijn. ‘Maar dat zal altijd wel een droom blijven.’
Alles kan
Van Dort is door zijn ongeluk** anders in het leven komen te staan. ‘Je leert dat elke dag er een is, wees daar blij mee. En als je een volgende stap wilt zetten, zorg dan dat je een doel hebt. Probeer steeds een stapje verder te zetten. Een stap vooruit ja, want wat geweest is kun je toch niet veranderen. Bedenk wat je wel wilt, bedenk wat er niet kan.’ Zo rolde Van Dort de marathon van Rotterdam, terwijl die eigenlijk niet toegankelijk is voor rolstoeldeelnemers. ‘Je kon op het inschrijfformulier nergens aanvinken dat je in een rolstoel zat, dus leek het me ook niet nodig om dat te vertellen. Ik ben gewoon aan de start verschenen en niemand heeft me tegengehouden. Weet je, als je maar wilt.’ Behalve op je knieën gaan, dan toch.
** redactioneel:
Ronald Van Dort heeft geen ongeluk gehad maar reed met zijn Fennek verkenningsvoertuig op een bermbom in Afghanistan. Daarbij raakte hij zwaar gewond.
Op onze regimentswebsite is al eerder over de prestaties van onze regimentsgenoot Ronald geschreven.

