Met toestemming van de Nederlandse Adelsvereniging geplaatst.

In de winter 2025 editie van de nieuwsbrief van de Nederlandse Adelsvereniging is, met ondersteuning van onze Regimentscommandant kolonel van Dalen en oud Regimentsadjudant Johann Breukelman bij het initieel onderzoek, een aardig artikel verschenen over een van onze op 10 mei 1940 gesneuvelde Regimentsgenoten.
Carel baron de Vos van Steenwijk (18 mei 1918 – 10 mei 1940) werd in mei 2025 op de Bernhard kazerne in Amersfoort nog genoemd door de Wapenoudste der Cavalerie, generaal-majoor Joris Legein, in zijn herdenkingsrede bij de herdenking van alle gevallenen van de Nederlandse Cavalerie.
Al eerder komt de naam van Carel voor in artikelen over de Grebbelinie op onze Regimentswebsite.
We willen het artikel geschreven door mevrouw Blijdenstein, graag met onze Regimentsgenoten en overige geïnteresseerden delen.

Op 17 juni 2025 was het Reestdal mooier dan ooit.
Onder een strakblauwe hemel met stralende zon slingerde een stroompje loom langs bloeiende velden en volgroene bomen. Alsof de Drentse natuur dit speciaal voor Carel had gedaan. Met zijn 11’en stonden we voor Carels oorlogsgraf – familie en vrienden samen met Defensie – op onze familiebegraafplaats naast het eeuwenoude kerkje van IJhorst. De klok was gestopt met luiden en kolonel Hans van Dalen, commandant van Regiment Huzaren van Boreel, begon heel rustig te vertellen over Carels vreselijke dood bij een ontijdige ontploffing op 10 mei 1940. Een dood die onze familie gebroken heeft. Hij vertelde dat dodelijke ongelukken helaas bij leger en oorlogsvoering horen. Maar ook hoe belangrijk oefeningen zijn, zowel in vredes- als oorlogstijd, en dat het essentieel is operationeel gevechtsklare eenheden te hebben… Daarna legde ik samen met de kolonel een wit bloemstuk met herdenkingslinten op Carels oorlogsgraf, en met de adjudant aan zijn zijde schikte de kolonel daarna voorzichtig de blauwe herdenkingslinten – de regimentskleur sinds 1813. Toen was het stil voor Carel.
Kolonel en adjudant stonden in de houding en het voelde of het leger ons beschermde, net als Carel dat 85 jaar eerder tevergeefs geprobeerd had… Daarna volgde de militaire groet en ik besefte dat Carel in zijn laatste momenten een militair geweest was, en ook waarom.
Van mijn grootmoeder leerde ik dat je pas adellijk bent als je je er ook naar gedraagt. Verantwoordelijkheid nemen en met je gedrag een voorbeeld voor anderen zijn. Zoals Carel in 1940 deed en de commandant en zijn adjudant nu in 2025. Anders verliezen titels en militaire rangen hun betekenis en waarde.
Carel baron de Vos van Steenwijk was de jongere broer van mijn grootmoeder – hij was de zoon van Reint baron de Vos van Steenwijk, Commissaris van de Koningin in Drenthe, en Josina van Roijen. Carel had twee zusters, Catharina en Neltje.
Hij kwam om het leven bij een ontijdige ontploffing tijdens de Meidagen 1940 als kornet (officier in opleiding) van het Vierde Regiment Huzaren (4RH), huidig Regiment Huzaren van Boreel (RHB). Carel was eigenlijk student en overleed acht dagen voor zijn 22e verjaardag. Omdat zijn ouders door verdriet niet over Carel of de omstandigheden van zijn dood spraken, dacht de familie dat Carel misschien niet goed gehandeld had en daardoor was verongelukt. Waardoor zij ook niet meer over hem spraken. Omdat ik vermoedde dat er meer gespeeld had en niet wilde dat Carel vergeten zou worden, deed ik onderzoek1 naar zijn dood en militaire tijd. Ook was ik bij de jaarlijkse Herdenking der Gevallenen van de Cavalerie op de Bernhard Kazerne in Amersfoort en organiseerde ik samen met kolonel Van Dalen een bezoek aan Carels oorlogsgraf.


Dr. Reint baron de Vos van Steenwijk (links) in het weiland bij familielandgoed Voorwijk. Midden twee lokale functionarissen. Familiefoto.
In 1937 wordt Carel opgeroepen voor militaire dienst. Het is niet mogelijk om uitstel van de dienstplicht te krijgen om eerst een studie te kunnen volgen. Carel wordt ingedeeld bij het Eerste Half Regiment Huzaren (het latere Regiment Huzaren van Sytzama) In de periode van 1922 tot 1939 waren de vier Nederlandse huzarenregimenten door forse bezuinigingen (‘gebroken geweertje’ en ‘geen man en geen cent voor het leger’) namelijk elk letterlijk gehalveerd en heetten ‘Halfregimenten’.
Carel volgt de School Reserve Officieren Cavalerie (S.R.O.C.) in Amersfoort en in zijn eerste week voelt Carel zich nog een beetje een verklede burger, zoals hij in een brief aan zijn moeder schrijft. Oktober 1938 begint Carel zijn studie Rechten in Leiden, wordt lid van Het Leids Studentencorps en wordt praeses van jaarclub Het Witte Paard waar ook Louis baron d’Aulnis de Bourouill (Militaire Willems-Orde 1950) lid is. Op 29 augustus 1939 wordt Carel gemobiliseerd als pelotonscommandant – waarbij cavaleriepaarden door bezuinigingen fietsen zonder terugtrapremmen zijn geworden.
Eind april 1940 behaalt hij via Defensie door hard studeren zijn kandidaatstitel Rechten. Tijdens een kort verlof zegt Carel thuis voor de grap dat deze titel op zijn grafsteen gezet kan worden indien hij zal sneuvelen; enkele weken later is hij dood.
Op 1 mei 1940 vindt een grote reorganisatie van het Nederlandse Leger plaats en worden ook de cavalerieregimenten herschikt. Carel wordt bij Het 4e Regiment Huzaren (4RH) ingedeeld. 4RH heeft aanvankelijk een verkennende en vertragende taak. De oorlogsstellingen van 4RH liggen daarom op de oostelijke Veluwe in het zuidelijk voorterrein van de Grebbelinie. En de stellingen van Carels eskadron liggen bij Wekerom. Omdat 4RH na terugkeer achter de Grebbelinie een taak als reserve-eenheid zal krijgen, moeten ze proberen niet te veel verliezen te lijden. Daarom luidt de officiële opdracht: ‘4RH zal geen ernstige gevechten met een overmachtige vijand aangaan, doch voeling houdende met de vijand, vertraging veroorzaken door het uitvoeren van voorbereide vernielingen, teneinde zoveel mogelijk intact als legerkorps reserve binnen de stelling te komen.’
Het 6e Eskadron, waartoe Carels peloton behoorde, opereerde vanuit de Mauritskazerne te Ede maar het regiment was hier pas sinds 26 april 1940. Het veldleger had tijdens de mobilisatie al geoefend bij Wekerom maar de huzaren zelf niet. Hun oorlogsstellingen hadden ze maar één keer verkend en er was nog nooit een oefening gehouden.

Op vrijdag 10 mei 1940 om 04:00 uur ’s morgens (vijf minuten na de eerste melding van Duitse legertroepen die de Nederlandse grens oversteken) wordt 4RH gealarmeerd; de huzaren hebben dan al meerdere eskadrons Duitse vliegtuigen horen overvliegen. Ook om 04:00 u bombardeert de Luftwaffe het Depot Cavalerie in Den Haag waarbij 66 huzaren worden gedood, meer dan 150 huzaren gewond raken en 100 paarden omkomen. Om 04:30 u krijgen de eskadronscommandanten van 4RH hun orders en om 06:00 u rukken ze uit naar hun oorlogsstellingen. Op dat moment verplaatst Carel zijn 2e peloton wielrijders naar Wekerom om op de Edeseweg wegversperringen te maken door met explosieven bomen over de weg te laten vallen. De twee andere pelotons van zijn eskadron worden ook naar Wekerom verplaatst. Banden met explosieven (trotyl, ook wel tnt genoemd) worden door de Genie op borsthoogte om bomen langs de Edeseweg aangebracht. Maar de explosies moeten door Carels peloton uitgevoerd worden en hij is daar als pelotonscommandant verantwoordelijk voor.
Omdat het Nederlands Leger nog geen radioverbindingen had en doordat met opblazen van bruggen (als vertraging voor oprukkende vijand) de eigen telefoonverbindingen vernield werden, is er een catastrofaal gebrek aan communicatiemiddelen en de huzaren verwachten elk moment Duitse soldaten over de
Edeseweg te zien aankomen. Troepensamenstelling en routes van de Duitsers zijn nog onbekend want zo goed zijn de inlichtingendiensten van het Nederlands
Leger niet. In de vroege ochtend van 10 mei weet men alleen dat we in oorlog zijn en waar de grensoverschrijdingen plaatsvonden. Later blijkt dat de 227e Infanterie Divisie, versterkt met SS Regiment Adolf Hitler, opdracht had bij Zutphen de IJssel over te steken en via de opmarsroute Otterlo-Harskamp-Voorthuizen-Amersfoort door te stoten. En de 207e Infanterie Divisie, met SS Regiment Der Führer, kwam over de IJssel bij Doesburg en Westervoort, moest snel oprukken naar Wageningen en Rhenen om daar de Grebbelinie te doorbreken. Onderweg daarnaartoe diende ze ook contact te onderhouden met de noord van haar oprukkende 227e Divisie.
Als Carels peloton in de vroege ochtend van 10 mei 1940 bezig is met het omverblazen van de bomen, gaat één van de explosieven niet af. Als pelotonscommandant heeft Carel de taak om de onontplofte springlading te controleren. Hij kan die taak ook door één van zijn manschappen laten uitvoeren – maar kiest daar niet voor. Zijn kameraden roepen nog dat hij langer moet wachten, maar Carel loopt uiteindelijk toch op de onontplofte springlading toe. Als hij voor de boom staat en het explosief controleert, gaat die alsnog af. Carel is op slag dood. Het zal dan rond 07:15 uur zijn en op de nabijgelegen boerderij Het Laar is boer Hendrik Schols bijna klaar met melken van zijn koeien in de wei, hij rent naar de ongelukslocatie. Een deel van de huzaren is op dit moment snel wat aan het eten op boerderijen in de buurt omdat de keukenwagen van het leger die ochtend verstek laat gaan. Carel is dus gestorven op een lege maag. Er ontstaat grote commotie onder de militairen van het 6e Eskadron – het gruwelijke ongeluk van Carel is het eerste bewijs dat de oorlog is begonnen. Commandant van het 3e Peloton en goede vriend van Carel, kornet jhr. Emile van Lennep, is getuige van het ongeluk en neemt het commando van diens peloton over. In Carels Militaire Staat van Dienst staat over ongeluk en verwondingen het volgende: ‘verwonding door explosie, hoofd en gehele bovenlichaam onherkenbaar verminkt, rechterarm verbrijzeld, vele brandwonden.’ Acht dagen voor zijn 22e verjaardag sterft Carel een vreselijke dood. Al klimmend met een draagbaar over de omgevallen bomen brengen de huzaren het zwaar verminkte stoffelijk overschot naar de deel van boerderij Het Laar waar boerin Schols een laken geeft om het af te dekken. Om 10 uur wordt het stoffelijk overschot naar het veldhospitaal in Driebergen getransporteerd en om 11 uur trekt het 6e Eskadron van 4RH, waartoe Carels peloton behoorde, terug op Lunteren. Het blijkt dat pas de volgende dag de eerste Duitse troepen over de Edeseweg naar Wekerom komen waarbij de bomen (versperringen) gemakkelijk verwijderd worden. Het is amper oponthoud. Op 11 mei wordt Carel begraven in een oorlogsgraf op de Algemene Begraafplaats in Driebergen. De familie is hier niet bij. Na de Meidagen bezoeken Carels ouders de plek waar hun zoon omkwam. Ze bezoeken ook boerderij Het Laar en spreken met familie Schols, waarbij boerin Schols hen een kledingstuk laat zien dat toebehoorde aan Carel. Maar
een ander zwaar bebloed kledingstuk houdt ze achter.
Na zijn dood spreken zijn ouders uit verdriet eigenlijk nooit meer over Carel. Het gezin bestond uit twee dochters en een zoon en de familienaam kon door Carels dood niet meer doorgegeven worden. Daarbij is kritiek op het leger of de politiek, ook na de oorlog, voor Carels ouders onmogelijk gezien het hoge ambt van zijn vader. Bovendien zouden ze uit morele overwegingen geeneens verwijten hebben willen maken. Wel lijkt het voor de familie veelzeggend dat na het overlijden van zijn vader in 1964, zijn moeder Carel laat herbegraven en deed bijzetten in het familiegraf met een grafsteen van de Oorlogsgravenstichting. Het familiegraf ligt nabij familielandgoed Voorwijk in De Wijk, Drenthe.
Na het uitvoeren van geplande vernielingen op 10 mei ligt 4RH in een wijde boog om Ede in verdedigende positie. Slechts het 1e en het 5e Eskadron komen die dag in gevecht met de vijand bij de Ginkelse Heide en Heelsum. Omdat de verdedigingslijn van de huzaren in de Zuidelijke Veluwe doorbroken wordt, trekken alle huzaren regimenten aldaar zich diezelfde dag nog achter de Grebbeberg terug. Dat er haast was bij het maken van versperringen die ochtend was dui delijk, en dat moet Carel ook gevoeld hebben toen hij het niet exploderende explosief benaderde. Dit naast commandantsplicht, verantwoordelijkheidsgevoel en angst, in combinatie met slecht materiaal en een beperkte training.
Tijdens de Meidagen functioneerde bij meerdere regimenten het vuurkoord van explosieven niet goed. Er zijn verslagen waaruit blijkt dat er vertraging was in de brandtijd, onder andere bij het 4e Eskadron van 4RH en bij het 2e Eskadron van 3RH. Vuurkoord mag niet ruw bewogen worden want een gebroken kruidkern leidt tot versnelde brandtijd terwijl vocht juist tot vertraging ervan leidt. Daarom moet vuurkoord altijd vochtvrij blijven, ook bij opslag. Je kunt je verder afvragen of Carel lang genoeg gewacht heeft met naar het niet werkend explosief te lopen. In 1940 zou dat volgens officiële legervoorschriften 10 minuten bij weigering ontsteking en 30 minuten bij weigering vuurkoord moeten zijn geweest. Maar geldt dat ook in de situatie van een vijand die je werkelijk elk moment kunt verwachten, en in de spanning en paniek bij het Nederlands Leger die ochtend? Tijdens de Meidagen stierven meerdere Nederlandse militairen door eigen vuur en een peloton van het 6e Eskadron van 1RH kwam op 11 mei zelfs per ongeluk in een ‘ongemarkeerd’ eigen mijnenveld terecht waarbij vier huzaren het leven lieten en twee zwaargewond raakten.
Op de herdenking Gevallenen Cavalerie 9 mei 2025 sprak Wapenoudste Generaal-majoor Legein over Carels dood, over de huidige oorlogen en over de politieke onrust in de wereld. Hij zei dat alleen een goed uitgerust en getraind leger ons land en onze vrije westerse wereld kan verdedigen. Daarom is oefenen zo belangrijk, omdat juist dit een leger sterk maakt zodat we nooit meer, zoals in 1940, verslagen worden en er zo min mogelijk slachtoffers vallen. Want die “offers” laten bij familie, vrienden en wapenbroeders diepe sporen na. De Wapenoudste sloot af met de woorden ‘onze levens worden gedragen door de levens van de gevallenen’. Dus als Carels dood destijds geen ‘nut’ heeft gehad, dan nu wel… hoe vreselijk dat ook is.

Bronnen
Gemeente-archief Ede (dhr. Van Amerongen), Platform Militaire Historie Ede (Luitenant-kolonel b.d. Gijsbertsen), het latere en inmiddels opgeheven Regiment Huzaren van Sytzama (Ritmeester b.d. Steenmetz), Het Cavaleriemuseum, Nederlands Instituut voor Militaire Historie, Regiment Huzaren van Boreel (Kolonel Hans van Dalen en Adjudant b.d. Johann Breukelman), forensisch arts en battlefield archeologist (Dr. Jean-Loup Gassend), Leidse Studenten Vereeniging Minerva, Universiteit Leiden, Erfgoed Leiden en Omstreken, Josine van Voorst tot Voorst geb. Bloys van Treslong, Louis van Lennep, Fleur Arnbak geb. d’Aulnis de Bourouill, mijn eigen familie en vele anderen.
- Volledige onderzoek met bijbehorende herdenkingsdocumentatie uit 2025 ligt ter inzage bij De Hoge Raad van Adel en Het Cavaleriemuseum in Amersfoort. ↩︎