Opgericht: 03-03-1948 te Amersfoort
Onderdeel van: 41ste Zelfstandige Infanterie Brigade
(in Indië F-Brigade genoemd)
Vertrek Indië: 08-10-1948 a/b “Zuiderkruis”
Aankomst Indië: 11-10-1948 Batavia
Toegevoegd aan: T.T.C. West-Java
Ingedeeld bij: 3e Infanterie Brigade Groep
Actiegebied(en): Garoet, Tjitjalengka, Bandjaran, Leles,
Bodjong Batoe, Bandoeng, Pengalengan
Commandant: Maj. G. van Schaik 03-03-1948/20-08-1949
Ritm. J.J. de Kat Angelino 20-08-1949/06-07-1950
Gerepatrieerd: 31-05-1950 a/b “General Mac Rae”
23-06-1950 aankomst Nederland
06-06-1950 a/b “Kota Inten (restant 30%)
06-07-1950 aankomst Nederland
Omgekomen: geen

Het eskadron was gevormd uit dienstplichtigen van de lichting ’48-1.
Na aankomst op Java werd de reis per trein voortgezet naar Bandoeng. Hier werd het eskadron opgesplitst en verdeeld over eenheden van het 1e Regiment HvBoreel van de 7 Dec.Divisie. Bij deze eenheden kon het eskadron acclimatiseren en kreeg het een verdere opleiding. Het materiaal van het eskadron was reeds vooruit naar Indië gezonden en door het 1e RHvBoreel in ontvangst en in gebruik genomen. Deze eenheid die al twee jaar in Indië zat, en waarvan het materiaal al aan een flinke slijtage onderhevig was, stond slechts met tegenzin het meest noodzakelijke weer af. De opleiding van het eskadron betrof vooral het patrouillewerk als infanterist. Het 2e peloton en het mortierpeloton, gelegerd rond Tjitjalengka en Garoet, werden vrijwel direct ingezet daar het in dat gebied zeer onrustig was. Geleidelijk kregen de pelotons een meer zelfstandige taak en waren zij verantwoordelijk voor de beveiliging van een bepaald gebied met één of meerdere posten.
Aan de 2e politionele actie nam het eskadron niet actief deel. Op 29 maart 1949 werden het 3e peloton, het mortierpeloton en een deel van de staf toegevoegd aan 3-1 RHvB en o.a. gelegerd te Patjet, Lemadjang, Tjiparaj, Bandjaran, Pameungpeuk Bodjong en Ardja sari. Vanaf 7 juli kwam daar nog een post bij te Koentji. Op 20 augustus werd het eskadron een tactisch zelfstandige eenheid onder bevel van de cdt. 3e Inf.Brigade met een eigen patrouillevak ten noord- en zuid-westen van Garoet met o.a. posten te Leles, Trogong, Panoendjoek, Kadoegora Tjipanas en Bodjong Batoe. Het eskadron kreeg ook de zorg voor de konvooibeveiliging op de hoofdweg Garoet-Tasikmalaja. Later werden ook de trajecten Bandoeng Garoet en Nagrek-Trogong door het eskadron beveiligd. Na de soevereiniteitsoverdracht, op 27 december 1949, ontstond er een verplichte ‘verbroedering’ met de TNI. Op 9 januari 1950 startte er een opleiding van twintig TNI militairen in Trogong. Op 23 januari 1950 werd een versterkt peloton geplaatst in Bandoeng voor handhaving van orde en rust tijdens en na de beruchte “Coup Westerling”. Tot aan de repatriëring zou dit peloton te Bandoeng verblijven. De rest van het eskadron werd op 26 januari 1950 verplaatst naar het Pengalenganse. Slechts een klein detachement bleef in het oude vak achter voor konvooi en andere beveiligingsdiensten. Tot aan de repatriëring had het eskadron een rustige tijd, dit in tegenstelling tot het peloton te Bandoeng dat nogal eens een schermutseling had met de militairen van de TNI.



Opgericht 01-07-1948
Toegevoegd aan T.T.C West – Java
Actiegebied(en) Residentie Cheribon
Commandant Kolonel C.J.A. van de Putte
Opgeheven 22-08-1949
De F – Brigade was gevormd uit dienstplichtige militairen van de lichting ’48. In Indië aangekomen zijn de onderdelen van de Brigade verdeeld over midden en west Java. Op west Java kreeg de F – Brigade een eigen brigadevak toegewezen, de residentie Cheribon. Dit vak werd op 15 december 1948 overgenomen van de 2e Infanterie Brigade Groep van de 7 December Divisie. De belangrijkste plaatsen in dit gebied waren Cheribon, Madjalenka, Linggadjatii, Koeningan en Indramajoe. De troepen hadden in dit gebied niet alleen te maken met de republikeinse strijders van de TNI maar ook met fanatieke strijdgroepen van de Daroel Islam.
Ondanks dat de F – Brigade een eigen brigadevak had waren de meeste onderdelen van de Brigade ingedeeld bij andere Brigades en Troepencommandos op west en midden Java zoals bijvoorbeeld 411 BI (6 GRGr) dat ingedeeld was bij de W – Brigade te Boemiajoe op midden Java. Daarentegen waren er ook onderdelen, organiek niet behorend bij de F – Brigade die (tijdelijk) aan de Brigade waren toegevoegd zoals 3-9 RI, 1e Mitr.bat en M-Inco (mariniers).
Op 22 augustus 1949 is de F – Brigade als zelfstandige eenheid met een eigen brigadevak opgeheven.
Samenstelling:
Staf F-Brigade
6e Bataljon Garde Regiment Grenadiers
6e Bataljon Garde Regiment Prinses Irene
6e Bataljon 1e Regiment Infanterie
6e Bataljon 2e Regiment Infanterie
6e Bataljon 3e Regiment Infanterie
6e Bataljon Regiment Stoottroepen
11e Zware Mitrailleur Compagnie
41e Zelfstandig Verkennings Eskadron
41e Genieparkcompagnie
41e Genieveldcompagnie
41e Compagnie Aan- en Afvoertroepen
3e Bataljon 9e Regiment Infanterie