Opgericht: -01-1949 te Amersfoort
Onderdeel van: 42ste zelfstandige Infanterie Brigade
(in Indië G-Brigade genoemd)
Vertrek Indië: 25-03-1949 a/b “Volendam”
Aankomst Indië: 22-04-1949 Soerabaja
Toegevoegd aan: T.T.C. Oost-Java
Ingedeeld bij: G-Brigade
Actiegebied(en): Probolinggo, Djombang, Lawang,
Madioen, Ponorogo, Soerabaja
Commandant: Maj. W.D. Bosch -01-1949/07-10-1950
Gerepatrieerd: 14-09-1950 a/b “General C.C Ballou”
07-10-1950 aankomst Nederland
Omgekomen: 1 man

Het Eskadron was gevormd uit dienstplichtigen van de lichting ’48-2. Na aankomst werd het eskadron tijdelijk ondergebracht in het zogenaamde subsistentenkader, een doorgangskamp te Soerabaja. Hier ontving het eskadron de persoonlijke bewapening, enkele voertuigen en weapon-carriers. Op 26 april 1949 werd het eskadron onder begeleiding van 1-2 RHvBoreel per truck overgebracht naar Probolinggo. Het gros van de chauffeurs keerde per boot terug naar Batavia voor een verdere chauffeursopleiding. Het eskadron werd ingewerkt door de huzaren van 1-2 RHvBoreel en o.a getraind in het patrouillerijden en -lopen. Tevens werden er samen met 1-2 RHvBoreel en 3-5 RI op kleine schaal acties gevoerd.
Op 12 mei werd het 2e peloton gelegerd te Djombang ter versterking van 4-5 RI. Het 3e peloton werd gedetacheerd bij 2-2 RHvBoreel te Lawang. Het 1e peloton nam op 19 mei de taak en het materiaal over van 1-1-2 RHvBoreel te Djatiroto. Twee secties van het mortierpeloton werden gelegerd te Bondowoso en Sepandjang ter beveiliging van de suikerfabrieken. Hierna volgden er nog enkele tijdelijke detacheringen van delen van het eskadron o.a. te Pasoeroean, Malang en Wonolangan in de omgeving van Besoeki. Gedurende de opleiding werden de taken en het materiaal van 1-2 RHvBoreel overgenomen. Op 10 juni vond de officiële overdracht plaats. Ditmaal werd 1-2 RHvBoreel door het eskadron begeleid naar Soerabaja vanwaar zij naar Sumatra zouden vertrekken. Het mortierpeloton werd op 10 juli gelegerd te Porong bij het 8e esk.Vew, waar het werd ingezet voor konvooibeveiliging op het traject Porong-Bangil-Pasoeroean en Probolinggo.
Op 25 augustus werd het eskadron, minus het 1e peloton, verplaatst naar Madioen en gelegerd in een oude vervallen kazerne. Naast het beveiligen van konvooien, patrouilleren, zowel rijdend als te voet, kreeg het eskadron ook de zorg voor de beveiliging van het vliegveld bij Maospati. Delen van het eskadron werden meerdere malen voor enkele dagen gedetacheerd op posten bij de infanterie zoals b.v. te Ponorogo. Begin december werd Madioen overgedragen aan de TNI. Het eskadron werd verplaatst naar Soerabaja en gelegerd in de geniekazerne nabij de Wonokromobrug. Het 1e peloton, dat vanaf 19 mei in Djatiroto gelegerd was, voegde zich weer bij het eskadron. Geleidelijk aan werden de Paw’s, gepantserde voertuigen ingeleverd. Wielvoertuigen bleven zo lang mogelijk behouden. Begin mei 1950 werd het eskadron in het havengebied van Tandjong-Perak gehuisvest en ingezet voor wachtdiensten en het rijden van stadspatrouilles. In augustus verliet het eskadron Oost Java en voer met de “Zuiderkruis” naar Batavia waar het werd gelegerd in het doorgangskamp “Makassar” in afwachting van de repatriëring.
Categorie dpln lichting 1948 II
Ingevoerd 1949, embleem ontworpen door huzaar A. Zwetsloot
Paardekop en Humber zijn symbolisch voor heden en verleden der cavalerie uit de na-oorlogse periode. De benaming geeft aan dat de uitrusting van de eenheid uit pantserwagens bestond
Interessante achtergronden:
Stukken van huzaar uit de nationale archieven / NIMH;
“535-542 Stukken van huzaar K.S. Bunink over zijn diensttijd in Indonesië bij het 1e peloton van het 42e Zelfstandige Verkenningseskadron (1-42 ZVE) te Oost-Java, mei 1949 – juni 1950″
Boek:“Het Nederlands Militair optreden in Nederlands Indie 1945-1950”
Boek:”De generaal Winkelman kazerne“
Interviews “Getuigenverhalen”






Onder de naam G – Brigade dienden de onderdelen van de 42ste Zelfstandige Infanterie Brigade in Indië. De G – Brigade was gevormd uit dienstplichtige militairen van de lichting ’49.
In Indië aangekomen werden er onderdelen van de brigade gelegerd op Midden- en Oost-Java. Vanaf 7 mei 1949 kreeg de brigade een eigen brigadevak toegewezen. Het brigadevak bestond uit de residentie Madioen ook wel vak IV genoemd. Ten tijde van de overname van vak IV vond er een grote actie plaats, “Caro”. Deze actie was gericht naar Walikoekoen, gelegen in het grensgebied van oost en midden Java. Na deze actie werden o.a. Djogorogo, Kedoenggalar, Ngambre en Gentong bezet. Later zou blijken dat de bezetting van het nieuwe gebied een flinke verzwaring van de taak betekende voor de brigade.
Ondanks dat de G – Brigade een eigen brigadevak had waren zoals gezegd ook enkele onderdelen van de brigade ingedeeld bij andere brigades en Troepencommandos op Midden-Java, zoals bijvoorbeeld 425 BI (6-6 RI) dat ingedeeld was bij de W – Brigade te Banjoemas op Midden-Java.
In augustus 1949 werd de G – Brigade als zelfstandige eenheid met een eigen brigadevak opgeheven.
Opgericht 01-01-1949
Toegevoegd aan T.T.C Oost – Java
Actiegebied residentie Madioen
Commandant Kolonel Hubregtse
Samenstelling
Staf G-Brigade
6e Bataljon Garde Regiment Jagers
6e Bataljon 4e Regiment Infanterie
6e Bataljon 5e Regiment Infanterie
6e Bataljon 6e Regiment Infanterie
6e Bataljon 7e Regiment Infanterie
6e Bataljon 8e Regiment Infanterie
42e Zware Mitrailleur Compagnie
42e Zelfstandig Verkennings Eskadron
42e Genieveldcompagnie
42e Compagnie Aan- en Afvoertroepen
41e Genieparkcompagnie










