Nu Defensie vanwege hernieuwde oorlogsdreiging heeft besloten tot de aanschaf van vijftig nieuwe Leopardtanks gloort op de Bernhardkazerne in Amersfoort de hoop dat de eenheid terugkeert. Dertien jaar geleden verdwenen de laatste tanks. „De brullende motor, de geur van diesel, de knal van het kanon, de kruitdampen. Het is met niets te vergelijken.’’
Door: Marco Willemse 21 september 2024; in het AD

Na het opheffen van de laatste tankbataljons in 2011 moest de Nederlandse krijgsmacht het de afgelopen dertien jaar zonder gevechtstanks stellen. ,,Van mij mag het’’, zegt kolonel Hans van der Linden, ondercommandant van het opleidingscentrum, over een mogelijke terugkeer. ,,Maar als een andere locatie geschikter blijkt, dan gaan de tanks daar vanzelfsprekend heen.’’
Een hoge militair die, al is het maar voor even, zijn gevoel laat spreken. Van der Linden, cavalerist en tankman in hart en nieren, lijkt er zelf ook verbaasd over. ,,Kan ik dit zeggen? Ik vind van wel. Als wij ons hart volgen, dan willen we graag dat er straks weer tanks over onze kazerneterreinen rijden en oefenen op de hei.’’
Besluiten bij Defensie worden begrijpelijkerwijs met het hoofd genomen, laat de kolonel er meteen op volgen. Hij doelt op het onderzoek dat loopt naar de toekomstige standplaats van het nieuwe tankbataljon. De Du Moulinkazerne op de grens van Amersfoort en Soesterberg en oefenterrein de Leusderheide moeten wedijveren met andere militaire locaties in Nederland en Duitsland. ,,Ik weet dat er zo links en rechts gespeculeerd wordt op de uitkomst, maar geloof me, die staat nog niet vast.’’
Stationering
De enorme omvang van de Duitse oefenterreinen en de reeds bestaande samenwerking op het gebied van tanks tussen beide legers lijkt in het voordeel te spreken van stationering buiten de landsgrenzen. Anderzijds tast Defensie diep in de buidel voor de Leopardtanks en krijgt het leger kleur op de wangen met een tankbataljon op eigen bodem.
Defensiewoordvoerder Jurrian Esser kan beide redeneringen volgen, zegt hij, maar gaat er niet op in. ,,Het onderzoek is nog niet afgerond. Er valt in deze fase niets over te zeggen. De tanks zijn er natuurlijk ook niet van vandaag op morgen.’’ De Leusderheide is volgens de landelijk woordvoerder nog steeds geschikt voor training en oefeningen, maar voor een compleet bataljon van 44 tanks is het te klein. ,,Er kunnen hooguit veertien tanks tegelijk meedoen.’’
“Een leger zonder tanks is incompleet“
Hans van der Linden, ondercommandant van het opleidingscentrum
De tijd zal het leren, weet ook directeur Meino Jongma van het Cavaleriemuseum. Als officier en tankschutter in ruste durft hij wat nadrukkelijker te pleiten voor de terugkeer van een tankbataljon naar Amersfoort en Soesterberg. ,,Op de Bernhardkazerne bevond zich tot 2012 het landelijk opleidingscentrum voor de cavalerie. Er is geen huzaar geweest die het vak hier niet heeft geleerd en die niet op de Leusderheide heeft geoefend.
Laatste tanks
Maar genoeg over de nog onzekere toekomst. Van der Linden en Jongma zijn op verzoek van het AD tenslotte ook aangeschoven om stil te staan bij het rijke verleden van de tankdivisie. In 1953 nam het toen nieuw gevormde 41ste Tankbataljon met Shermantanks zijn intrek op de Bosmankazerne in Leusden.
De eenheid verhuisde in 1963 naar West-Duitsland. Ook het 101ste tankbataljon vond enkele jaren later onderdak. Het 41ste werd opgeheven in de jaren 90. Tankbataljon 101, dat in de tussentijd was verplaatst naar de Du Moulinkazerne in Soesterberg , hield het vol tot Defensie in 2011 de laatste tanks opdoekte.

Van der Linden: ,,Het was een pijnlijk moment, zeker voor de cavalerie. Een leger zonder tanks is incompleet. Vergeet niet dat ons land in de jaren 80 over zo’n duizend tanks voor parate en reserve-eenheden beschikte. De aanschaf van de nieuwe tanks bewijst uiteindelijk dat hun capaciteit ook nu van grote meerwaarde is.’’
De nog te bestellen Leopards 2, waarschijnlijk van het type A8, zijn vele malen sneller en wendbaarder dan de tanks waarop de commandant en de museumdirecteur destijds reden. ,,Het is allemaal stukken geavanceerder. Dat geldt zeker ook voor de bescherming. Het is een wapenwedloop. Denk maar aan drones als aanvalswapen.”
,,Daar moeten de tanks van tegenwoordig tegen bestand zijn. Een wezenlijk verschil is ook de vuurkracht van een moderne tank. In onze tijd was het effectieve bereik van een tankgranaat 1200 meter, nu is dat 3 kilometer’’, licht Van der Linden toe.
‘Je weet niet wat je meemaakt’
Wat niet is veranderd, is de krappe en weinig comfortabele behuizing voor de tankbemanning, zegt Jongma met een schittering in de ogen. De bestuurder, de schutter, de lader en de commandant zitten volgens hem onveranderd dicht op elkaar in een afgesloten ruimte van een paar vierkante meter.
“Je moet niet claustrofobisch zijn, maar verder went het en wordt het een tweede natuur“
Hans van der Linden, Kolonel
,,Je weet in het begin niet wat je meemaakt. De commandant zit pal boven de schutter, de knieën in zijn nek. Aan de andere kant van de schietbuis zitten de laders al net zo opgevouwen. En dan rijdt-ie nog niet eens. De brullende motor, de geur van diesel, de knal van het kanon, de kruitdampen. Het is met niets te vergelijken.”
,,De allereerste keer dat ik moest vuren, ik was achttien, hing de koptelefoon daarna op mijn neus. Zo hard waren de knal en de terugslag. Ondertussen wordt er ook nog van alles geroepen. ‘Bijladen, hoger richten, stuur naar links, wachten, schieten’. Maar uiteindelijk raak je eraan verslingerd en wil je niets anders meer.’’
Ultiem teamwork
Van der Linden stelt voor dat de verslaggever, om het gevoel enigszins te kunnen beschrijven, zelf in een Leopard klimt. Even later wurm ik me met mijn 1.90 meter door een gat ter grootte van een putdeksel. Ik tik met mijn voet een klapzitting neer en plof opgelucht op het stoeltje.
Niet voor lang, want de plek van de bestuurder zit nog verder naar onder. Ik pas erin, zoals Max Verstappen in zijn Formule 1 auto, al voelt dit meer als een dichte cementwagen. Er is geen centimeter over, je bent omhuld door staal en de voeten mogen beslist niet naar buiten staan als de geschutskoepel gaat draaien.
De kolonel: ,,Je moet niet claustrofobisch zijn, maar verder went het en wordt het een tweede natuur. Het is niet voor niets dat de tank favoriet is bij rekruten. Voor een cavalerist is er niets mooiers dan deel uit te maken van een tankeenheid. Het is het ultieme teamwork, het vereist groot vakmanschap en je bent vaak beslissend in de strijd.’’
