Dit artikel stond in het Defensietijdschrift “Sterker!” dat aan defensiemedewerkers wordt verzonden.

Warchaupact
Het Warschaupact was een militair verbond tussen de Sovjet-Unie en zijn omliggende satellietstaten. Dat waren Polen, Tsjecho-Slowakije, Roemenië, Bulgarije, Hongarije en Oost-Duitsland. De oprichting van dit verbond was een reactie op de totstandkoming van de NAVO in 1949. De lidstaten van beide organisaties hadden hetzelfde doel, namelijk elkaar bij een aanval beschermen.
Het waren tijden van wantrouwen en achterdocht
Van Schaik, nu LTC-adjudant (Land Training Center), verhuisde in 1985 voor 10 maanden naar legerplaats Seedorf in wat toen nog West-Duitsland was. De Koude oorlog woedde nog in alle hevigheid. Het waren tijden van wantrouwen en achterdocht. De gedachte overheerste dat aan de andere kant van het IJzeren Gordijn de leiding van het Warschau-Pact plannetjes zat te bedenken om het vrije Westen op zekere dag in zijn greep te krijgen. Om dat te voorkomen, was de NAVO tot de tanden bewapend en 24/7 paraat. Hoofdtaak 1 werd door iedere bondgenoot met hoofdletters geschreven. Bezuinigen was een vies woord. Ook alle eenheden van de Koninklijke Landmacht waren gevuld. Van materiële tekorten was geen sprake. Van Schaik denkt soms met weemoed terug aan die tijd.
Troepensterkte
Ingedeeld bij 103 Verkenningsbataljon bestond het werk van Van Schaik uit verkenningen uitvoeren voor de Vierde Divisie. 41 Pantserbrigade maakte hiervan deel uit. Haar naam dankte de eenheid aan de combinatie van twee tankbataljons en een pantserinfanteriebataljon. Alle drie waren gericht op pantserbestrijding. “In het geval van oorlog zouden we heel wat over ons heen krijgen”, begint Van Schaik. “Aan de andere kant van het IJzeren Gordijn stonden tienduizenden tanks en pantservoertuigen klaar. Het eerste wat we zouden doen, is bepakt de poort uitgaan om een bombardement op de kazerne te ontlopen. Je moest je PGU-kast leegmaken en je autosleutels inleveren. De verwachting was dat we niet meer zouden terugkomen. Onze opdracht was de eerste klap opvangen en de vijand vertragen tot het Elbe-Seiten Kanaal. Met een lengte van 115 kilometer was dat een zogenoemde stoppende hindernis.
Overlevingskansen
Over de overlevingskansen tijdens een groot gemechaniseerd gevecht maakten Van Schaik en zijn toenmalige collega’s zich geen enkele illusie. “We verwachtten dat we bij een confrontatie domweg niet zouden overleven. Een groot vijandelijk leger in opmars vertragen, is vragen om moeilijkheden. Er komt zoveel geweld op je af, ook al hadden we de middelen om een tik uit te delen.” De verkenningspelotons van ‘103’ moesten het pelotonsgevecht kunnen voeren. Hiervoor beschikten ze ieder over twee Leopards. vijf M113 C&V (Commando en Verkenningscarrier), een M113 A1 (tirailleur-bak), een M106 pantservoertuig met 81mm mortier. “Ons optreden was heel zelfstandig. We beschikten over een eigen keuken, een dito brandstoftransportmiddel en ook een munitie auto. Dat moest wel want ons divisievak was met honderden vierkante kilometers onmetelijk groot. Bij oefeningen waren we soms uren bezig met verplaatsen over de openbare weg.”

Hechte vriendschappen
Van Schaik denkt met plezier terug aan zijn tijd als dienstplichtig militair. Hij had het er zo goed naar zijn zin, dat hij besloot beroeps te worden. Hij ging naar de Koninklijke Militaire School in Weert en keerde daarna terug als wachtmeester ploegcommandant bij ‘103’. Hier verviel hij weer in zijn geliefde routine: oefenen, oefenen en nog eens oefenen tot het naar zijn zeggen zeer deed. Vooral de alarmoefeningen om de paraatheid te testen, waren bij hogerhand populair. “Altijd verlieten de voertuigen in oorlogsconfiguratie de poort. Dat wil zeggen gecamoufleerd, de boordwapens geladen met scherpe munitie en de brandstoftanks gevuld.
In deze wereld van samen werken en samen leven, ontstonden hechte vriendschappen. Van Schaick had in zijn team mannen van allerlei pluimage. Variërend van lui met een wetenschappelijke opleiding tot lieden die hun lagere school niet hadden afgemaakt. “Met elkaar vormden ze een buitengewoon hecht team. Als ze afzwaaiden vloeiden er dikwijls tranen. Met een paar jongens heb ik nog steeds contact.”

Vertrouwen
De Koude Oorlog was ook de tijd van der grote internationale oefeningen, zoals Reforger, dat stond voor Return Forces to Germany. In deze oefening stond het grootscheeps verplaatsten van duizenden Amerikaanse troepen van de VS naar Duitsland centraal. Spil waren de divisies, die het samen met de NAVO-partners moest opnemen tegen niet minder dan honderd communistische (kleiner formaat, red.) divisies. “Dat waren tijden die je niet snel vergeet.
IJzeren Gordijn
Het Ijzeren Gordijn was de grens tussen het communistische Oostblok in Oost-Europa en het vrije Westen. Het was een kunstmatige afscheiding die bestond uit mijnenvelden, prikkeldraad, tankgrachten, wachtposten en uitkijktorens. Het Gordijn had een lengte van 1600 kilometer en liep dwars door Europa: van het noorden van Polen tot aan Turkije.

Dagenlang zag je alleen maar legervoertuigen voorbijkomen
Dagenlang zag je alleen maar legervoertuigen voorbij komen. Amerikaanse maar ook Britse, Duitse en Nederlandse. Het zien daarvan gaf je vertrouwen. Het waren tijden van overvloed. “De Koninklijke Landmacht alleen al beschikte toentertijd over zo’n duizend tanks en dik 2500 pantservoertuigen.”
Lang niet beoefend
Met de verschuiving van hoofdtaak 1 naar vredesoperaties is volgens Van Schaik destijds niet alleen een groot deel van de kennis van en ervaring met het grootschalig optreden verloren gegaan. Ook de mindset en de beeldvorming die nodig zijn om deze vorm van optreden uit te voeren ontbreekt. De recent gehouden oefening Grand Quadriga van 13 Lichte Brigade was voor veel militairen een eerste kennismaking met tijd- en ruimte- factoren die bij een opmars naar het oosten spelen. “Dit hebben we decennialang niet beoefend. Bedenk dat een hoge operationele gereedheid niet iets is wat zomaar aan komt waaien.”
Buitenlandse politiek
Vier decennia lang heeft de Koude Oorlog in Nederland op verschillende manieren doorgewerkt. In de buitenlandse politiek oriënteerde ons land zich op de Verenigde Staten en spande zich in voor Europese integratie. In Nederland probeerde men de communistische dreiging te keren door de welvaart te vergroten.
Thuis

Adjudant Van Schaik heeft in totaal tien jaar op legerplaats Seedorf gewerkt. Na een onderbreking van drie jaar voor een plaatsing bij de School Eskadron Verkenning in Amersfoort keerde hij in 1992 weer terug naar Duitsland. In 2005 zou de kazerne gesloten worden. Voor die historische gebeurtenis is hij teruggegaan. “Niemand zag de sluiting aankomen. We oefenden nog volop in Duitsland. De kazerne was recent volledig verbouwd. Zeven jaar heb ik met mijn gezin in Seedorf gewoond. Als ik er met mijn vrouw nog eens terugkom, voelen we ons nog steeds thuis.
Dat er op de landmacht in het verleden onaflatend is bezuinigd, vindt Van Schaik domweg onverteerbaar. “Als je een jaar geen brand hebt gehad in je stad, bezuinig je dan de brandweer weg? Bij het leger is dat wel gebeurd. Een groot deel van de bijna veertig jaar dat ik bij de baas werk, hoopte ik dat er betere tijden zouden aanbreken. Jammer dat er een oorlog voor nodig is om dat te bereiken.”
Reservisten
Tijdens de Koude Oorlog was slechts een kwart van de landmacht paraat. Dit deel bestond uit beroepskader en dienstplichtigen. Voor het overgrote deel bestond het groene krijgsbedrijf uit reservisten in alle rangen en standen. Zij vormden de spil in de landsverdediging. Daarnaast waren er tienduizenden reservisten die bij een aanval van het Warschaupact zo snel mogelijk naar het Nederlandse legerkorpsvak in Duitsland moesten verplaatsen. In 1996 stopte Defensie met het aanhouden van grote aantallen reservisten. Slechts een paar duizend van hen werden behouden, vanwege hun speciale deskundigheid bij vredesoperaties.
