Verder onderzoek Huzaar Elsendoorn

Geschreven door dhr. Jannes Lohmeijer

Op 25 oktober 2024 ontving onze Regimentscommandant kolonel van Dalen uit handen van de heer Duist uit Werkhoven een 200 jaar oud ontslagdocument van ‘Hussaar’ Steven Elsendoorn. Dit prikkelde mijn interesse om eens in de archieven te duiken om te zien of we meer te weten kunnen komen over de huzaar en waarom hij is ontslagen.

Het uitgebreide ontslag document is per dispositie (geschreven opdracht) van de Commissaris Generaal van Oorlog (CVO) uitgegeven op 3 oktober 1820. Dit is een mooi aanknopingspunt voor verder onderzoek. De Commissaris Generaal van Oorlog, op dat moment A.Ch.J.Gh. graaf d’ Aubremé, was hoofd van het Departement van Oorlog, het latere Ministerie van Defensie, en zou vandaag de dag dus de Minister van Defensie zijn geweest.

Al zijn uitgaande orders en bijhorende ingekomen stukken werden nauwkeurig bewaard, gebundeld, per 2 à 3 dagen, en ingebonden. Om een stuk makkelijk terug te vinden werd deze voorzien van het jaartal, dag en nummer. Zo kon de ontvanger daar ook aan refereren in een reactie. Ook het paspoort dat is uitgereikt aan Huzaar Elsendoorn draagt zo’n referentie, “3 October 1820, No. 18

De gebundelde brieven bevinden zich inmiddels in het Nationaal Archief, ik zou de opdracht van de CVO dus redelijk makkelijk moeten kunnen terugvinden.

Succes! In het brievenboek van 1-3 Oktober 1820[1] vind ik meer informatie over de huzaar. Voorafgaande aan de order aan Willem François Boreel, bevinden zich twee ingekomen stukken en nog één dispositie (No. 17) die ons meer kunnen vertellen over de reden van ontslag.

Bladzijde 1 van de brief van Maria Smits[2]
Bladzijde 2 van de brief van Maria Smits[2]

Het eerste stuk, gedateerd 27 juli 1820, is een brief aan Koning Willem I[2]. In de zeer net geschreven brief worden we voorgesteld aan ene Maria Smit, Weduwe van Elsendoorn. Ze heeft iemand gevraagd de brief voor haar te schrijven want haar eigen handtekening is slordig neergezet. Uit de brief blijkt dat ze nog maar kort weduwe is. Haar man, ook Steven Elsendoorn geheten, is drie dagen ervoor overleden. Hij laat Maria achter met acht kinderen die “noch niet voor hun brood te winnen bekwaam zijnde” en zijn oudste zoon (uit een vorig huwelijk), “die sedert 1e April 1815, is dienende bij de 1e Kompagnie, van het Regiment Hussaren No. 6’. 

Huzaar Steven Elsendoorn is “destijds een Engagement voor zes jaren aangegeaan” en zal dus nog tot 1 april 1821 in dienst moeten blijven. 

Maria geeft aan niet in staat te zijn de zorg over de kinderen in haar eentje op zich te kunnen nemen en hoopt dat haar stiefzoon eerder uit dienst mag om haar bij te staan. Ze beroept daarom de Koning op zijn “Vaderlijke zorg” en vraagt om een paspoort voor haar stiefzoon om zo “een bedrukte Vaderlose familie uit de diepte moede te redden.”

Certificaat van Buurtschout Cornelis Marré[3]

Om de Koning te overtuigen is er een certificaat bijgevoegd, het tweede ingekomen stuk[3], van ene Cornelis Marré wonende buiten de Wittevrouwenpoort te Utrecht. Hij is “Buurdschout”[4] en bevestigt de benarde situatie waarin de weduwe Elsendoorn zich bevindt. En niet onbelangrijk, het certificaat is ook nog eens gezien en ondertekend door de burgemeester van Utrecht, W. R. Van Heeckeren van Brandsenburg.

Samenvatting uit de Algemene Indices tot de Koninklijke Besluiten van 1820[5] In dit stuk worden meerdere ontslagaanvragen afgehandeld. Het ontslag van Elsendoorn wordt vermeld als 3e van onder.

De Koning keurt het verzoek goed per Koninklijk Besluit van 23 september 1820 No. 68[6] en stuurt de aanvraag door naar het Departement van Oorlog voor verdere afhandeling. De CVO geeft daarop de opdracht tot het sturen van een bevestiging naar de weduwe[7], en vraagt tot slot de “Kommanderende Officier van het Regiment Hussaren No. 6” een bijgevoegd paspoort uit te reiken[8].  

Disposities 17 en 18 van de Commissaris van Oorlog[7,8]
Disposities 17 en 18 van de Commissaris van Oorlog[7,8]

De ietwat smekende vraag om hulp van Maria is succesvol. Mede dankzij het certificaat, en waarschijnlijk ook door het aanzien van de Burgemeester van Utrecht, wordt Huzaar Elsendoorn ruim een half jaar voor het einde van zijn contract ontslagen en keert terug naar zijn stiefmoeder en halfbroertjes en -zusjes. En nu, meer dan 200 jaar later, is het paspoort dat bewijs is van zijn ontslag weer opgedoken en wederom in handen van een Regimentscommandant.


[1] Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Oorlog: Verbaalarchief (gewoon en geheim), nummer toegang 2.13.01, inventarisnummer 789, brievenboek 1-3 oktober 1820., 3 oktober No. 18

[2] NL-HaNA, Oorlog / Verbaalarchief, 2.13.01, inv.nr. 789, brievenboek 1-3 oktober 1820, 1e  ingekomen stuk bij disposities No. 17 en 18 van 3 oktober.

[3]  NL-HaNA, Oorlog / Verbaalarchief, 2.13.01, inv.nr. 789, brievenboek 1-3 oktober 1820, 2e ingekomen stuk bij disposities No. 17 en 18 van 3 oktober.

[4] Zal waarschijnlijk zoiets als een wijkagent zijn.

[5]  Nationaal Archief, Den Haag, Algemene Staatssecretarie, nummer toegang 2.02.01, inventarisnummer 5073, Algemene Indices tot Koninklijke Besluiten van 1820 blz. 1001-2011, blz 1178.

[6] NL-HaNA, Staatssecretarie, 2.02.01, inv.nr. 1069, 23-25 september 1820, Koninklijk Besluit 23 september No. 68. 

[7]  NL-HaNA, Oorlog / Verbaalarchief, 2.13.01, inv.nr. 789, brievenboek 1-3 oktober 1820, 3 oktober No. 17

[8]  NL-HaNA, Oorlog / Verbaalarchief, 2.13.01, inv.nr. 789, brievenboek 1-3 oktober 1820, 3 oktober No. 18

Plaats een reactie

error: Hey Verkenners en Boreelfans, deze inhoud is tegen onbevoegd opslaan beveiligd!