Vooroorlogse cavalerie eenheden van het KNIL

Door: Kolonel van Dalen, Regimentscommandant Huzaren van Boreel

De oprichting van de KNIL-cavalerie stamde uit de Bataafse tijd toen gouverneur Daendels vijf eskadrons cavalerie oprichtte onder een ‘Staf der Cavalerie.’ Toen de Engelsen de kolonie veroverden, werd deze organisatie opgeheven. Onder Engels bestuur werd wel weer het ‘Regiment OostIndische Hussaren nr. 5’ opgericht, ter doornummering van de al in Nederland gevormde nieuwe huzaren regimenten 1 t/m 4. Dit werd met Koninklijk Besluit 1814 nr 60 bekrachtigd met als benaming van de eenheid: ‘Regiment Oost Indische – Kavalerie’ / ‘Regiment Oost Indische Hussaren  5.’[i]

Van de periode 21 april 1815 tot 1840 werd het regiment tijdelijk omgenummerd naar ‘Regiment Huszaren No 7.’ Onder dit nummer werd deelgenomen aan de Slag bij Waterloo. Het regiment maakt eerst deel uit van de reserves van de Geallieerden tijdens de Slag bij Waterloo. Twee eskadrons van het regiment onder commando van de Regimentscommandant luitenant-kolonel P.A. van Rappard, namen na deze slag nog deel  aan de mars op Parijs voorafgaand aan de inscheping naar de Oost. Dit regiment telde vervolgens veel in de krijg geharde Franse en Hollandse cavaleristen, die na de val van Napoleon bij het regiment dienst namen.[ii]

Het regiment werd in twee echelons verscheept naar Nederlands-Indië en later weer terug genummerd naar no. 5. Pas in december 1817 was het hele regiment verzameld in een kazerne in de wijk Petodjo te Batavia. Deze kazerne zou het regiment huisvesten tot 1921, dienstdoen als cavaleriekazerne. Bij het op sterkte brengen van het regiment werden zowel Ambonese dragonders als een 100-tal Bengaalse Lansiers in de slagorde opgenomen. Verder werden er paarden van de Engelsen overgenomen. De beschikbare en verwerfbare inheemse paardenrassen leenden zich namelijk slecht om de gemiddelde cavalerist, zijn bepakking en wapens te dragen. Daarom werden tot aan de Tweede Wereldoorlog alleen mannen geworven met een maximum gewicht van 70 kg en maximaal 1.65 lang. Het gros van de officieren reed echter toen al op Australische paarden.[iii]

Een unieke foto van een bereden aangetreden gedeelte van het ‘Regiment Oost Indische Hussaren nr. 5’ in ceremonieel tenue (archief  Nix)

Vanaf 1870 werden modernere geweren ingevoerd voor de cavalerie, namelijk de Remington karabijn in 1870 , de Madsen karabijnmitrailleur en karabijn M95 in 1914.[iv] De naam ‘Regiment Oost Indische Hussaren nr. 5’ werd gevoerd tot 1873. Toen werd een nieuwe organisatie ingevoerd en alle Europese cavalerie detachementen (of ingedeeld bij de Inlandsche vorstenhoven) en de bereden politiedetachementen werden ondergebracht in het ‘Regiment Cavalerie’. Uit dit regiment werd in 1902 het zelfstandige ‘Commandement der Cavalerie’ gevormd.[v] In 1905 ging men over van de Engelse paarden op de nog grotere in Australië aangeschafte paarden, waar de officieren al eerder op reden.

In regimentsverband werd deelgenomen aan de Java-oorlog (1825 – 1840), de Bali-campagne (1830), de Boni-expeditie, de strijd op Celebes (1860) en Lombok (1894). Tijdens de Atjeh Oorlog werden de ruiters en paarden voornamelijk ingezet voor ordonnansdiensten en verkenningen. Het terrein waar de opstandige Atjehers optraden leende zich namelijk niet voor bereden of afgestegen aanvallende acties. De eenheid werd daarom al gauw terug naar Java verplaatst.

KNIL-cavalerie keert na een oefening terug naar het kampement te Salatiga ten zuiden van Semarang. (internet)

In 1912 bestond de cavalerie uit het ‘Commandement der Cavalerie’ en vier eskadrons. Dit waren twee eskadrons legercavalerie en twee eskadrons bij de beide infanterie brigades. In 1917 – 1918 werd het aantal veldeskadrons uitgebreid tot zes, waarvan één dienst deed als lijfwachtcavalerie bij de inlandse vorstenhoven in Soerakarta en Djokjakarta. Tegelijkertijd werd er een depot der cavalerie opgericht, met hierin tevens een kaderschool en een peloton ordonnansen.

In 1925 volgde er een nieuwe reorganisatie en werden de bestaande zes eskadrons ingedeeld in twee ‘half’ regimenten. In 1933 werden twee ruitereskadrons opgeheven en vervangen door een eskadron pantserauto’s en het peloton ordonnansen omgezet in twee pelotons lijfwachtcavalerie. De pelotons van het eskadron pantserauto’s werden over de verschillende garnizoenen waar cavalerie was gelegerd verdeeld, en wel de staf van het eskadron met twee pelotons te Bandoeng, één peloton te Malang en één te Batavia. De resterende vier eskadrons werden in de hierop volgende jaren ook gemotoriseerd, op één na. De beide halfregimenten werden weer tot één cavalerie regiment samengevoegd.

KNIL cavalerie in gevechtsuitrusting. (internet)
KNIL cavalerie bij oversteek van een lichte hindernis. (internet)
KNIL 6e eskadron cavalerie. (internet)

De cavalerie van het KNIL bestond in 1940 uit het 1e Cavalerie Regiment, waarin alle zes eskadrons waren opgenomen. Een eskadron had drie pelotons van 33 ruiters. Later werd dat aantal vanwege bezuinigingen terug gebracht tot 24 ruiters. De regimentsstaf was gelegerd in Bandoeng, maar had geen operationele bevoegdheden over haar eskadrons, die rechtstreeks onder de divisiestaf vielen. Hun taken waren verkenningen, bewaking en vertraging.

Een KNIL-eenheid aangetreden met White Scout Cars en motorfietsen (Heshusius boek Tempo Doeloe)

In december 1941 waren alle cavalerie eskadrons, op één na, volledig gemotoriseerd. Hoewel ze allemaal onder de geautoriseerde sterkte waren, bestonden ze over het algemeen uit een commandogroep, twee jeep pelotons (met elk 11 jeeps[vi]) , inclusief ondersteunende wapens zoals lichte en zware mitrailleurs) en een pantserauto-peloton (één M3 ‘White’ Scout Car en drie Alvis Straussler pantserauto’s). In een eskadron waren ongeveer 100 geweren, 8 zware 12,7 mm mitrailleurs, 14 medium 7,7 mm mitrailleurs en 19 lichte 6,5 mm Madsen of Lewis mitrailleurs.

Een gemotoriseerd KNIL Cavalerie eskadron. Hier CAV 2 (foto NIMH).
Schietoefening te paard met vooroorlogse KNIL cavalerie (internet)
Foto genomen op terugtocht van het schietterrein in de omgeving Salatiga met op de achtergrond de Merbaboe (internet)

_________________________________________________________________________

[i] https://warfare.gq/dutcheastindies/KNIL_armour.html en ‘Tempo Doeloe’ serie uit archief kolonel Heshusius

[ii] Archief Nix

[iii] Archief Nix

[iv] Archief Nix

[v] Overeenkomstig met de term: ‘Wapen der Cavalerie’

[vi] Volgens Heshusius werden ze destijds bij de KNIL ‘blitzbuggies’ genoemd. In dezelfde tijd werd ook een nieuwe gevechtshelm voor de KNIL ingevoerd die leek op die van het Nederlandse Leger. Met dezelfde leeuw voorop, maar met een donkere, leren lap achter in de nek, tegen de zon.

Plaats een reactie

error: Hey Verkenners en Boreelfans, deze inhoud is tegen onbevoegd opslaan beveiligd!