Waarnemer Teeuw kijkt terug op missie in Bosnië
In 1994 was kolonel Peter Teeuw, toen ritmeester; VN-waarnemer tijdens de missie UNPROFOR in Bosnië.
Rangen en standen speelden geen rol, culturele gevoeligheden des te meer.
Tekst: Johan Kroes / Foto’s: Jeroen Dietz
Achtergrond: Onze regimentsgenoot, kolonel Peter Teeuw werd geïnterviewd door het VeteranenInstituut. In het blad Checkpoint van maart 2024 is dat interview geplaatst.
Peter gaat in 1983 als dienstplichtige naar de kaderschool Cavalerie om daarna als wachtmeester bij het 11 Brigade Verkenninspeloton in Schaarsbergen te dienen. Daar besluit hij beroeps te worden en naar de OCOSD in Breda en het OCC-SBOC in Amersfoort te gaan om officier bij de cavalerie te worden. Via plaatsingen o.a. in Nunspeet (104 Verkenningsbataljon) en OCC (instructeur bij het Schooleskadron Verkenning en de School Reserve Officieren Cavalerie) en 11 Tankbataljon driemaal in Noorwegen terecht; eerst als uitwisselingsofficier (2004-2007) omdat in die periode de samenwerking tussen de Noorse en Nederlandse landmacht startte, daarna als overste, Defensie attaché en later als kolonel bij het NATO Joint Warfare Centre’s als Head of the Opposing Forces (OPFOR) Branch terecht. Intussen werd hij ook nog geplaatst in Florida (2017).
Sinds 10 november 2022 is hij commandant Talencentrum Defensie (TCD).
Wat is u het meest bijgebleven van de missie?
“We zaten in het noordoosten van Sarajevo en moesten contact houden met de Bosniërs. We bezochten hen regelmatig om informatie uit te wisselen. Daarnaast hadden we twee observatieposten. Als we “BOEM” hoorde dan moesten we vaststellen waar de explosie was ingeslagen en of er doden of gewonden waren gevallen. We waren veel in ziekenhuizen en mortuaria te vinden. Regelmatig werden we beschoten. Ik heb vijf en halve maand in een soort cowboyfilm geleefd. Anderhalve week voor het einde van mijn missie ging het mis. We kregen een melding dat een ambulance was beschoten, dat de chauffeur gewond was geraakt en er nog in zou zitten. Met een Nigeriaanse collega reed ik erheen. Onderweg namen we onze “drills” door. Bij aankomst zou ik de autosleutels pakken, hij de radio. Toen we daar aankwamen zagen we de chauffeur tegen de banden van zijn ambulance liggen. Hij was in zijn maag geschoten. We wilden hem helpen. Op het moment dat we uitstapten, werden we beschoten van een afstand van 600 meter. De radio werd uit de handen van mijn collega-UNMO (United Nations Military Observer) geschoten en hij raakte gewond aan zijn hand. Opeens barstte de bubbel waar ik al die maanden in had gezeten. Toen realiseerde ik mij dat me wel degelijk iets kon overkomen. Toen de adrenaline uit mijn lichaam was, merkte ik dat ik bang was. We moesten nog terug naar de locatie om het incident te onderzoeken. Dat vond ik heel beangstigend.”
Op 12 maart 2024 stond er ook een artikel in de krant over het TCD.























