Op 3 juni 2023 ontving regimentsgenoot Martin Evers een Koninklijke onderscheiding uit handen van minister Wobke Hoekstra voor zijn tientallen jaren werk voor Defensie, USAR en de Brandweer.

De benoeming tot ‘Officier in de Orde van Oranje-Nassau met zwaarden’, kreeg Evers voor zijn werk als plaatsvervangend commandant bij de brandweer, zijn uiteenlopende werkzaamheden voor USAR.NL en zijn inzet als reservist gedurende 35 jaar. Een onderscheiding met zwaarden duidt op het ‘verdienstelijk handelen in een militaire uitvoering’. Wij feliciteren Martin Evers van harte met zijn onderscheiding!

Maar wie is Martin Evers dan eigenlijk?
Dat laten we hem graag zelf uitleggen:
Op 9 september 1985 begaf ik mij, per eerste reisgelegenheid na 06.59, naar de Bernardkazerne. Ik was ingedeeld bij de School Reserve Officieren Cavalerie, maar ingedeeld bij het wapen der infanterie en voorbestemd pelotonscommandant wielverkenning.
Na twee maanden werd ik bevorderd tot korporaal titulair, maar kreeg een zwarte baret en witte chevrons. Ik was cavalerist geworden, voorbestemd pelotonscommandant rupsverkenning. Ik slaagde als beste van mijn klas en kreeg een trein- en busticket voor de reis naar Seedorf, naar 103 verkenningsbataljon.
Per maart 1986 was ik ‘ervan’. Op mijn 23e mocht ik leidinggeven aan 39 huzaren en wachtmeester. Had ik 9 rupsvoertuigen in de sterkte, naast de 7 M113/M106 ook 2 Leopard 2’s. Een jongensboek! Ik mocht bij de viering van de patenschaft met onze Duitse collega’s in Luneburg de gefechtsvorfuhrung met mijn peloton doen. De door mij uitgesproken tekst: ‘Feind im Kiefernwald geworfen!’ is voor de eeuwigheid vastgelegd in de geschiedschrijving van het 103e.
Omdat ik per 1 oktober aan de Brandweeracademie mijn burgerbaan wilde starten, diende ik een rekest in. Dat werd deels goedgekeurd. Ik kon beginnen en moest na 2 weken weer 2 weken in dienst. Oefening ‘Resolute Rider’ stond voor de deur. Met mijn peloton hield ik mijn vak dicht, nam de S3 van 3. Panzeraufklarung gevangen en werd door de bataljonscommandant vergeten bij de achterwaartse doorschrijding….. Niettemin mocht ik op 16 december 1986 mijn luitenantsster in ontvangst nemen en de belofte op de standaard van het regiment Huzaren van Boreel afleggen. Met mijn functie bij de brandweer werd ik, als inmiddels 1e luitenant, buitengewoon dienstplichtig gesteld en niet meer voor herhaling of K-cursus opgeroepen. Mijn liefde voor defensie bleef niettemin.



Toen de legerkoerier een oproep plaatste voor reservisten specifieke deskundigheid, heb ik direct gereageerd. Ik werd aangesteld bij de CIMICgroup North en direct majoor! Ritmeester ben ik dus nooit geweest.
Van CIMICgroup North werd het CIMICbataljon, een eenheid die bijna volledig uit reservisten bestond en waar heel goede dingen gebeurden. Zo mocht ik met mijn amice leidinggeven aan de oefening Dutch Devotion, een oefening volledig geschreven op de CIMIC-functies ten behoeve van de 2e hoofdtaak.
Met de transitie naar CMIcommando werd de rol van reservisten specifieke deskundigheid langzaam maar zeker gemarginaliseerd. Jammer, maar we stonden er zelf bij en keken ernaar. Ondertussen was ik S3 van het netwerk Politics en later zelfs voorzitter/commandant van dat netwerk geworden. En ik had de middelbare defensie vorming mogen doen, een grote eer en genoegen!
Aan het einde van mijn militaire loopbaan mocht ik deel uitmaken van de Aanname en Advies Commissie voor reserveofficieren. In een klein gemotiveerd team toetsten we vele kandidaten in vaak prachtige en soms moeizame gesprekken op hun potentie en persoonlijkheid om officier te kunnen zijn. We regelden onze zaakjes helemaal zelf en deden dat verrekte goed. Nu ben ik dus per heden ‘buiten dienst’ en kan en mag ik, belangen van de Staat voorbehouden, vrijuit spreken. Maar voor mij betekent b.d. ook ‘bek dicht’. Of en hoe ik daar een balans in weet te vinden? De tijd zal het leren. Een mooie tijd met veel belevenissen en ervaringen ligt achter mij, ik kijk er met veel genoegen op terug!