Wist u dat het Regiment Huzaren van Boreel een Limburgse connectie heeft?
Het zit zo. De commissaris generaal van Amsterdam machtigde op 25 november 1813 de ‘weledelgestrenge heer’ Willem François Boreel (oud luitenant Staatse cavalerie) een korps cavalerie te organiseren. Op 28 november diende Boreel reeds een plan in bij het commissariaat van oorlog. Zijn plan voor de oprichting van een korps cavalerie ging uit van acht compagnieën met elk 100 ruiters en een staf een kleine twintig man.
De officieren die bij dit korps wilden dienen werden geacht de helft van hun traktement in de staatskas te storten. Een paar dagen later, op 30 november 1813, keerde ook de Prins van Oranje terug uit ballingschap en landde in Scheveningen. Een dag later, op 1 december 1813, keurde Willem het plan van Boreel goed.
In 1814 werd dit Korps het Regiment Hussaren No.4 en in 1815 werd het Regiment Hussaren No.6.
In die hoedanigheid vocht het bij Quatre Bras en Waterloo. Na enige organisatie wijzigingen na de Belgische opstand, ontving het regiment op 10 maart 1841 de naam ‘2e Regiment Lansiers’.
Op 22 augustus 1846 werd het eskadron van het Limburgsche Bondscontingent (Jagers te Paard), geformeerd 15 oktober 1843 (voortkomend uit het opgeheven 4e Regiment Ligte Dragonders) bij het 2e Regiment Lansiers gevoegd en behield de aanduiding Jagers te Paard.
Het 4e eskadron van het 2e Regiment Lansiers werd echter daarnaast ook aanwezen voor het Bondscontingent Limburg, zodat het 2e Regiment Lansiers destijds was samengesteld uit drie eskadrons Lansiers en twee eskadrons Jagers te Paard (Bondscontingent Limburg). Vervolgens werden op 10 september 1849, het 2e en 1e Regiment Lansiers samengevoegd tot 4e Regiment Huzaren, wat nu het Regiment Huzaren van Boreel is geworden.
We zijn trots op deze Limburgse connectie. De Regimentscommandant denkt zelfs dat onze kameraadschappelijke band de reden is geweest dat de Limburgers niet langer naar onafhankelijkheid streven!
Boreel als hoeder van de Nederlandse eenheid!




