Vanmorgen 8 mei was de jaarlijkse herdenking voor alle gevallenen van de Nederlandse cavalerie op de Bernhardkazerne in Amersfoort.
Onze RC en RA (Standaarddrager) waren hierbij vanzelfsprekend aanwezig samen met de commandant en Standaarddrager RHPCA en vele geïnteresseerden onder wie ook familieleden van gesneuvelde cavaleristen.
Onze Wapenoudste, generaal-majoor Joris Legein, liet zich verontschuldigen en onze Regimentscommandant als waarnemend Wapenoudste der Cavalerie een toespraak hield.
Kolonel van Dalen haalde dit keer drie persoonlijke verhalen van gesneuvelde cavalerie kameraden aan, opperwachtmeester Jacobus Hubertus van Melick, Luitenant-kolonel Jacob Johan Teding van Berkhout en Reserve 2e luitenant der Cavalerie Wiete Duco Rengers Hora Siccama.
Foto’s: RegimentsOog


















Toespraak namens Wapenoudste der Cavalerie, bij de herdenking gevallen Cavalerie 2025:
Geachte nabestaanden, civiele autoriteiten, genodigden en medecavaleristen.
“Namens onze Wapenoudste, de generaal-majoor Legein, die helaas verhinderd is en mijn waarnemend mederegiments-commandant RHPCA Lkol Poelakker, heet ik u allen welkom op deze plechtigheid. Het doet me deugd u massaal aangetreden te zien staan om onze gesneuvelden eerbetoon te geven.
Hier achter mij staan de namen van tientallen mede-cavaleristen die hun leven gaven voor hun vaderland. Sommigen streden vrijwillig, sommigen werden gestuurd, maar allemaal hadden ze hun idealen. Idealen die klein en dichtbij lagen of idealen die grootster waren en misschien zelfs licht naïef of ronduit onhaalbaar.
Maar ze droegen allemaal hetzelfde kenmerk, namelijk inzet en daadkracht. Ze brachten hun jonge energie en levensvreugde in stelling, bestegen hun paarden, tanks, vechtwagens, pantserwagens, of verkennings-voertuigen en voerden hun opdrachten uit in dienst van onze staat, ons prachtige vaderland. En deze inzet brengt vrijheid, borgt vrijheid, staalt vrijheid. Wat vrijheid toont zich niet in onverschilligheid, maar in betrokkenheid. Niets is in tijden van spanning erger dan niets doen, dan geen keuze maken. Hannah Ahrendt (een Duitse filosofe) zei eens dat de trieste waarheid is dat het meeste kwaad, wordt gedaan door mensen die nooit een keuze kunnen maken tussen goed en kwaad.
Ook nu staan voor dezelfde keuze. Kiezen we voor neutraliteit of kiezen we voor allianties? Kiezen we voor isolatie of kiezen we voor openheid? Kiezen we voor ‘afzetten tegen’ of tolerantie? Kiezen we voor samenwerking of machtspolitiek? Zijn we bereid concessies te doen of baseren we onze politiek op brute macht? Zijn we bereid een stap voorwaarts te doen en offers te brengen of blijven we op de bank zitten? Kiezen we voor onverschilligheid of betrokkenheid?
Een paar mensen gingen ons voor en maakten keuzes, met als triest (maar eervol resultaat) dat ze het leven lieten
Ik wilde een drietal mensen voor uw geest halen die ook een keuze maakten:
De eerste persoon is van 1RH. Jacobus Hubertus van Melick.
Hij was geboren op 2 juli 1892 in Maasniel. Hij was opperwachtmeester en commandant van een peloton wielrijders van één van de eskadrons 1 RH. Hij was getrouwd en woonde in Huis ter Heide. Op 12 mei 1940 was de 227ste divisie van de Duitse troepenmacht doorgedrongen tot op de Veluwe en voerde vanuit Barneveld verkenningen uitgevoerd richting Amersfoort. Het 4e eskadron van het 1ste Regiment Huzaren was intussen opgerukt naar Achterveld. De Barneveldsche beek moest worden doorwaad, omdat de brug was opgeblazen. Even voorbij deze brug ontvingen de voorste patrouilles vijandelijk vuur. Bij de weg van Terschuur naar Achterveld kwam het 4e eskadron in botsing met de Duitsers. Het eskadron ging onmiddellijk tot de aanval over en wist de vijand op Achterveld en in oostelijke richting naar Barneveld terug te werpen. Het achterste peloton onder commando van Van Melick dat inmiddels ook enige honderden meters over de Barneveldse Beek was opgerukt, kreeg plotseling vijandelijk vuur vanuit de flank, vanuit de richting van Terschuur. De Opperwachtmeester van Melick vuurde zijn mannen krachtig aan en riep: “Overwinnen of sterven” Enige tijd later werd hij zelf in de buik getroffen; de volgende dag is hij aan zijn verwondingen overleden. Op de dag dat hij sneuvelde beviel zijn vrouw van een zoon. Postuum ontving hij uit naam van Koningin Wilhelmina het bronzen Kruis van het wapen der Cavalerie, wegens moedig optreden tegenover de vijand bij Achterveld. Hij ligt begraven op de Begraafplaats Moscowa te Arnhem.
Luitenant-kolonel Jacob Johan Teding van Berkhout is de tweede persoon.
Hij werd geboren op 29 oktober 1866 te Kampen. Hij volgde de HBS in Rotterdam en werd in 1905 cadet op de KMA. Bij de infanterie. In juli 1908 werd hij geplaatst bij het 10e Regiment Infanterie te Haarlem. In 1911 leerde hij paardrijden en werd 2e luitenant bij 4RH te Deventer. Tijdens de mobilisatie van de Eerste Wereldoorlog was hij luitenant-adjudant van de RC van 4RH. In 1922 werd hij geplaatst bij 1RH te Amersfoort. Hij werd hij o.a. eskadronscommandant In november 1937 werd hij majoor en commandant van het 5e eskadron van 4RH.
Op 15 februari 1939 werd hij echter commandant van het 1e Regiment Huzaren Motorrijders te Apeldoorn en op 22 april 1940 bevorderd tot luitenant-kolonel. Met zijn regiment werd hij ingezet tijdens de slag om de Residentie in de omgeving van vliegveld Valkenburg. Bij de capitulatie sprak hij zijn regiment toe, liet daarna alle motoren, wapens en Standaard op het Maliveld op een hoop gooien en in brand steken onder het zingen van het Wilhelmus.
Hij richtte daarna de Orde Dienst van Apeldoorn op, maar werd door de SD opgepakt omdat hij zich niet had gemeld als beroepsofficier om in krijgsgevangenschap te gaan. Hij werd veroordeeld tot ‘Schutzhaft bis Ende Krieg’ en naar het vernietigingskamp Natzweiler bij Straatsburg overgebracht. Daar is hij op 13 mei 1944 aan longontsteking en darmstoornis overleden.
Reserve 2e luitenant der Cavalerie Wiete Duco Rengers Hora Siccama is derde persoon die ik voor het voetlicht wil halen.
Hij werd geboren in Düsseldorf op 15 maart 1916. Zijn ouders scheiden in 1930. Zijn vader Duco is hoogleraar aan de universiteit van Utrecht, maar zijn moeder wordt opgenomen in een verpleeghuis en is niet meer aanspreekbaar. Wiete volgt middelbare school in Utrecht en gaat rechten studeren in dezelfde stad. Hij vervult diverse bestuursfunctie. Hij volgt de SROC van 1936-1937 en raakt goed bevriend met o.s. Maduro en de Haan. Beide worden later ingedeeld bij 4RH. Wiete schuift bij de reorganisatie van de cavalerie echter door naar 5RH. De meidagen verlopen voor dit regiment relatief rustig en de eenheid trekt zonder vijandcontact uit de omgeving Harderwijk-Ermelo terug achter de Grebbestelling. Bij kasteel Haarzuilen werd het capitulatie bericht ontvangen.
De aanvankelijke sympathie voor de Duitsers slaat om vanwege de Duitse onderdrukking van Joden en intelligentsia. Hij studeert in 1943 af, weigert de loyaliteitsverklaring te tekenen en duikt onder. Hij wordt lid van het verzet. Zijn vader heult echter met de Duitsers en wordt na de oorlog hiervoor veroordeelt. Een stiefbroer van Wietze gaat nog verder en neemt als NSB-er dienst bij de SS en gaat naar het Oostfront. Over keuzes gesproken….
Wiete kiest duidelijk voor ons vaderland en raakt samen vriend Henry van Geen (zoon van de burgemeester van Putten) actief betrokken bij het verzet. Ze plegen sabotage aan spoorlijnen, hulp aan piloten en stellen gedropte wapens rondom Putten in veiligheid. Samen nemen ze ook deel aan de aanslag 30 september 1944 Putten, die uiteindelijk op 1 oktober de verschrikkelijke razzia van Putten tot gevolg heeft.
Op 9 november 1944 werden Wiete en Henry gearresteerd. Later werd hij “op de vlucht neergeschoten”. Hij werd zwaar gewond overgebracht naar het “Kriegslazarett “ in Apeldoorn, waar hij de volgende dag aan zijn verwondingen is overleden op 1 februari 1945. Hij werd eerst in Apeldoorn begraven, maar in 1976 herbegraven op het verzets ereveld in Loenen.
De toenmalige Wapenoudste, inspecteur der Cavalerie, Baron van Voorst tot Voorst, schreef hierover:
“Allen waren zij zich het risico bewust, dat zij door hun handelingen liepen. En toch aanvaarden zij dit als een natuurlijk uitvloeisel van hun soldatenplicht en van den eed van trouw, dien zij hadden gezworen of nog hoopten te zweren. En juist omdat zij de volle consequentie trokken uit wat zijn wisten, dat hun plicht was, juist omdat zij zonder terughouding of bij-overwegingen zich volledig gaven voor de heilige zaak van het onderdrukte vaderland, juist omdat zij het gevaar, dat zij liepen als een natuurlijk zaak beschouwden, juist daarom waren het helden.”
Terug naar vandaag.
Ook wij staan voor keuzes. Ook wij kunnen en misschien zelf moeten een pad kiezen. Links het brede geplaveide pad van ‘laat ze het lekker uitzoeken, als mijn Wifi het maar doet’. Rechts het smalle, kronkelende pad met hindernissen, van ‘te paard, want de wereld heeft mij nodig.’
En dat laatste pad is het pad dat wij als cavaleristen moeten kiezen of al gekozen hebben. Het voorbeeld volgend van St. Joris, die ook een keuze maakte en onbarmhartig het grote kwaad bestreed om onschuldigen te beschermen.
Wij zijn cavaleristen, wij praten niet, maar doen. Wij klimmen in het zadel en gaan voorwaarts.
Wij tonen inzet, wij stappen voorwaarts, ongeacht de risico’s.
Wij helpen elkaar, wij helpen onschuldigen, wij helpen hulpbehoevenden.
Wij kiezen. Daarom hebben wij ’s Konings Rok aangetrokken. Daarom dragen wij dit uniform. Het uniform dat wij met eerbied dragen. Wij zijn MILITAIREN.
Maar beter nog: Wij zijn HUZAREN. Huzaren met de hoofdletter H.
Net zoals de mannen hier achter ons, maken wij keuzes, juiste keuzes.
Wij kiezen wij voor het smalle pad. Het juiste pad.
Het pad der Huzaren.
In eerbied buigen wij ons hoofd voor de mannen (en vrouwen) die ons voorgingen en ook het Pad der Huzaren kozen.
Dank u”
