Het “verborgen eskadron”

Op 8 juli waren ze op uitnodiging van de Regimentscommandant en Regimentsadjudant bijeen, de tandwielen in de motor van ons Regiment, de edelstenen in de kroon van de RC; het ‘verborgen eskadron’.

In Japanse sferen werden een aantal mensen voor hun inzet, hun tijd en hun toewijding bedankt waardoor ons Regiment dagelijks hoge ogen gooit, boven alle andere Regimenten uit steekt en bovendien zichtbaar is waar dat kan.

Hier geldt voor de verkenners óók het devies “zien zonder gezien te worden” want deze krachten werken 99% onzichtbaar terwijl het product of resultaat 104% zichtbaar in elke dimensie. Denk maar eens aan de vele beëdigingen, traditionele bijeenkomsten, ons lijfblad De Verkenner, de Boreel motortoertocht, de sociale media en website, de herdenkingen, veteranenzaken, verenigingsbestuur, de diverse activiteiten van onze Regimentsvereniging in voor- en najaar, de Airborne wandeltocht, het onderhoud van het Regimentszilver en andere historisch belangrijke zaken in onze traditiekamer, onze nieuwe Regimentskamer in het Cavaleriemuseum en zo voorts en zo voorts! 

Gisteravond was het diner voor ‘regimentsplichtigen’ van het Regiment Huzaren van Boreel. Het werk wordt immers niet alleen door de RA en RC gedaan, maar ook door een heel eskadron Boreel-geloofsgenoten. De onvoorwaardelijke steun van deze groep mensen (die nog groter is dan op de foto) maakt van werk een hobby, een levensovertuiging of zelfs bezieling. 

BOREEL!” aldus kolonel Hans van Dalen

Een van de deelnemers schreef na afloop een bericht vanuit zijn Boreel blauwe hart, een mooi relaas van bevindingen dat weergeeft wat je niet kunt schrijven als je niet binnen dit Regiment gediend hebt. Onvoorwaardelijke kameraadschap. We willen u dat niet onthouden…

Huzaar van Boreel – een leven lang

Als ik tegenwoordig alle discussies hoor over dienstplicht, weerbaarheid en de heilige graal die tegenwoordig work-life balance heet, dan moet ik soms glimlachen.

Het is te warm. Ja… het is zomer.

Het sneeuwt? Code rood. School dicht.

Het is glad? Code rood.

Nu schijnen er ineens horrorwolven rond te lopen.

Soms vraag ik me af of we als samenleving niet een beetje zijn vergeten dat het leven nu eenmaal soms ongemakkelijk is. Dat je niet voor alles een waarschuwing, protocol of crisisteam nodig hebt.

In 1982 stond ik in Roermond voor de keuring van de dienstplicht. Spannend vond ik dat. Morse? Dat bleek geen groot succes. Maar gelukkig had ik wel twee goedgekeurde kloten…

Mijn vader was sergeant-fourier geweest en sprak altijd met trots over de Koninklijke Landmacht. Elk jaar reden we naar Bastogne. Daar werden geschiedenis, kameraadschap en offers tastbaar. Misschien is daar, zonder dat ik het toen wist, het eerste zaadje geplant.

Op mijn achtste kreeg ik mijn eerste rugzak. Op mijn elfde mijn eerste .22. Op mijn twaalfde mijn eerste jachtgeweer. Paarden, karts en motoren waren mijn leven. Tegenwoordig onvoorstelbaar voor velen. Voor mijn vader was vertrouwen belangrijker dan wantrouwen. Dat vertrouwen heeft mij gevormd.

Na de keuring schreef ik een brief. Ik wilde officier worden.

Weer een selectie. Weer spanning.

Hollandse Rading.

Op het kleine perron stond een sergeant-commando in uniform op mij te wachten. Dat beeld staat na ruim veertig jaar nog altijd op mijn netvlies. Hij hoefde niets bijzonders te doen; zijn aanwezigheid alleen maakte indruk.

En wonder boven wonder werd ik aangenomen.

Kort daarna kwam er thuis een telefoontje. Ik moest eerder opkomen. Dat kwam slecht uit, want ik zat die winter in mijn tweede thuis: Tirol.

Ski fahren ist meine Leidenschaft. Nur fliegen ist schöner.

Gelukkig mocht ik twee maanden later beginnen.

Maart 1985.

De Bernhardkazerne.

Ik had geen idee dat ik daar aan een reis begon die de rest van mijn leven zou bepalen.

Gemakkelijk was het niet.

Integendeel.

Ik heb vaak gedacht: Waar ben ik aan begonnen?

Maar ergens onderweg gebeurde er iets.

Langzaam veranderde het.

Ik veranderde.

Ik werd fanatiek. Misschien wel té fanatiek, vonden sommigen.

Mijn moeder was ontzettend trots, maar tegelijkertijd doodsbang dat mij iets zou overkomen. Ze deed me een bijzonder aanbod: een wereldreis, als ik maar niet zou bijtekenen.

Tot groot verdriet van mijn opper, Fester Bos.

Wat een geweldige vent was dat.

Een mentor.

Een voorbeeld.

Als jonge luitenant en pelotonscommandant voelde ik mij onoverwinnelijk. Achteraf kan ik daar hartelijk om lachen.

Toch zijn er mensen die je leven blijvend richting geven.

Voor mij is dat, na mijn vader, luitenant-kolonel Robert Jan Nix.

Mijn schoolcommandant.

Later mijn bataljonscommandant.

Zijn broer Henk is ook nog mijn commandant geweest.

Robert Jan heeft mij geleerd om verder te kijken dan alleen de opdracht. Hij heeft mij leren nadenken. Hij heeft mij gevormd. Hij heeft er zelfs voor gezorgd dat ik trouwde. Dat vond ik vroeger allemaal maar gedoe.

Achteraf bleek het misschien wel de beste beslissing van mijn leven.

We spreken elkaar nog bijna dagelijks.

In mei stonden we samen nog in Zweden.

Dat zegt eigenlijk alles.

Na mijn actieve dienst werd ik reservist.

Maar stoppen?

Dat zat er niet in.

Vrijwel direct ging ik weer op oefening.

Bij de KMC vond ik mijn nieuwe plek.

Ik werd omgeschoold, maar één ding stond vast.

Ik bleef Boreler.

Dat was geen wens.

Dat was een voorwaarde.

Op mijn drieëntwintigste werd ik plaatsvervangend compagniescommandant. Onze sergeant-majoor was beroepsmarinier.

Was ik bijzonder?

Nee.

Maar als je bent opgegroeid tussen mensen als Nix, Bos en al die andere voorbeelden, dan krijg je iets mee wat je je hele leven blijft dragen.

Ondertussen kwam mijn jongere broer en kameraad, maatje en geweten op. Wer dus, niet te geloven, wat een ding, ook Boreler bij 104 en korporaal. Ik dus de luitenant, met afgebroken studie en de korporaal, toch iets intelligenter en met HEAO diploma. Ik echter met het Nix virus ingeënt.

Ik had mijn loopbaan misschien graag anders zien verlopen.

Maar ouder worden heeft één groot voordeel.

Je leert vrede sluiten met dingen die anders zijn gelopen dan je ooit had bedacht.

Als ik zie wat veel van mijn kameraden hebben meegemaakt, hebben doorstaan en soms nog iedere dag met zich meedragen, dan ben ik vooral dankbaar dat mij dat bespaard is gebleven.

Daar heb ik alleen maar diep respect voor.

Deze week zat ik weer met achttien kameraden aan tafel tijdens het saamhorigheidsdiner. Ben bijzonder trots daar bij te mogen zijn. Net als aan de Hoofdtafel met alle opper officieren te mogen zitten. Tja, zegt jullie misschien niets, voor mij alles. Ik geloof niet, dat er iemand van mijn rang daar voor mij gezeten heeft.

Sommigen ken ik al meer dan veertig jaar.

Velen voelen meer als familie dan mensen met wie ik mijn achternaam deel.

Een buitenstaander zal dat misschien nooit helemaal begrijpen.

Een militair hoeft dat niet uit te leggen.

Die weet precies wat ik bedoel.

Ik ben een gezegend mens.

Gezegend met mannen én vrouwen die het groene pak dragen.

Mensen die mij corrigeren wanneer dat nodig is.

Mij een schop onder mijn kont geven.

Mij een hand op mijn schouder leggen.

Mij motiveren.

En soms simpelweg naast mij staan.

Mijn moeder was ook zo’n kanjer.

Misschien heeft zij mij, door mij af te remmen, juist beschermd tegen dingen die anderen wel hebben moeten meemaken.

Daar ben ik haar nu, na lange tijd, dankbaar voor. Lange tijd vond ik het erg vervelend

Uiteindelijk heb ik voor het bedrijfsleven gekozen.

Krijg ook niets voor niets. Maar mis de kameraadschap elke dag.

Voor het geld. Gaat niet slecht.

Maar diep van binnen…

Mis ik het nog iedere dag.

Je kunt het uniform uittrekken.

Maar het regiment trekt nooit uit de man.

Ik ben Huzaar.

Huzaar van Boreel.

Vanaf het moment dat ik ’s morgens mijn ogen open tot ik ze ’s avonds weer sluit.

En zolang ik leef, zal dat nooit veranderen.

Boreel! 4 ever, met en voor elkaar.

Plaats een reactie

error: Hey Verkenners en Boreelfans, deze inhoud is tegen onbevoegd opslaan beveiligd!