7e Eskadron Vechtwagens

Opgericht:                                         01-12-1947                   

Vertrek Indië:                                   31-03-1948 a/b “Kota Baroe”               

Aankomst Indië:                             05-1948 Semarang                       

Toegevoegd aan:                             T.T.C. Midden Java                       

Ingedeeld bij:                                   B – Divisie (Divisietroepen)                               

Actiegebied(en):                   Salatiga, Jogjakarta, Sentolo, Medari, Magelang
                                              Poerworedjo, Ambarawa

Commandant:            Kapt. F. Kouwenhoven
                                   Kapt. J. R. Schoemaker       17-12-1948 /     03-1949
                                  Kapt. J.J.S. Fet.                    03-1949 /     07-1949
                                 1e Lt. W.K. Brederode           15-09-1949

Gerepatrieerd:         09-05-1950 a/b “General M.L. Hersey ”                 
                                 01-06-1950 aankomst Rotterdam             

Omgekomen:                                   6 man 

Het 5e, 6e, 7e en 8e Eskadron Vechtwagens waren bestemd ter aflossing van de Eskadron Vechtwagens 1 t/m 4, die bemand, met Knil personeel, al vanaf 1946 dienst deden in Indië. Door een tekort aan personeel, zowel bij het Knil als bij de K.L. werden de nieuwe eskadrons bemand met zowel Knil huzaren als dienstplichtigen van de K.L. 

Na aankomst te Batavia, op 5 mei 1948 werden de chauffeurs overgebracht naar het Depot Pantsertroepen te Bandoeng  voor een voortgezette rijopleiding. Het overige personeel reisde enkele dagen later door naar Semarang ter aflossing van het 3e Esk.Vew.  
Al heel snel werd het Eskadron ingezet bij de patrouillegang en de beveiliging van belangrijke objecten  rond Salatiga. Dit gebeurde nog te voet daar de meeste tanks nog niet beschikbaar waren en het personeel nog niet voldoende ervaring had met de Stuarttanks. Pas in een later stadium werden er ook gemotoriseerde patrouilles gereden.
Vanaf september 1948 werd er ook geoefend met andere eenheden, zoals artillerie en infanterie, om een goede samenwerking te bevorderen tijdens gecombineerde acties. 

Tijdens de 2e politionele actie, op 19 december 1948, nam het Eskadron deel aan de opmars naar Jogjakarta. Het 1e peloton fungeerde tot aan Kartasoera als spits . Kartasoera werd tegen de avond op 20 december bereikt. Tijdens deze opmars ondervond men zeer veel hinder van de vele vernielingen aangebracht door de TNI.
Na Kartasoera was er verder geen weerstand meer van enige betekenis en kon de aanvalscolonne vrijwel ongehinderd doorstoten naar Jogjakarta, dat reeds was bezet na een spectaculaire luchtlandingsoperatie van de T-Brigade. 
Na aankomst werd het eskadron gelegerd in kamp “Patoek”. Enkele dagen later vond men een beter onderkomen in de wijk Kota Baroe.

Na de 2e politionele actie tot aan de ontruiming van Jogjakarta brak er voor het Eskadron een zeer zware tijd aan.
Het Eskadron werd pelotonsgewijs ingezet voor patrouilles (te voet), patrouilleritten, steun bij acties en voor konvooibeveiliging. Enkele acties waar het Eskadron in die eerste dagen bij betrokken was waren o.a een actie op 25 december bij Bloemboeng en op 27 december bij Sentolo.
Een zeer belangrijke taak van het Eskadron betrof de konvooi en spoorbeveiliging op de route Jogjakarta – Moentilan – Magelang. Met extra posten te Medari en Beran werd de route in nauwe samenwerking met 1-15 RI beveiligd.  

Na de overdracht van Jogjakarta aan de Republiek, op 30 juni 1949, werd het Eskadron,uitgezonderd het 3e peloton (Magelang), gelegerd in Poerworedjo waar men tot oktober 1949 zou verblijven. Na nog een korte tijd te Magelang en Ambarawa werd het Eskadron uiteindelijk overgebracht naar Batavia in afwachting van de repatriëring. 

Literatuur:

  1. Vier eeuwen Nederlandse Cavalerie, deel 2, Bartels, J.A.C. Amsterdam 1987, 261 blz.
  2. zie ook: https://tijgerbrigade.com
  3. zie ook: Archieven

3e Eskadron Vechtwagens

Opgericht :                                        12-04-1946 te Semarang                            

Toegevoegd aan:                             T.T.C Midden Java                        

Ingedeeld bij:                                   T – Brigade  (B-divisie)                 

Actiegebied(en):                               Semarang, Salatiga 

Commandant:                                  Kapitein Schoenmaker 
                                                            Kapitein Schuurman 

Opgeheven:                                     29-05-1948 

Omgekomen:                                    geen 

Het 3e eskadron Vechtwagens is geformeerd in Semarang op 12 April 1946 nadat 25 man arriveerden van het KNIL depot in Batavia.  Dit waren oud krijgsgevangenen, voor het meerendeel afkomstig uit Siam. De eerste tanks werden overgenomen van het A Squadron 11th Cavalry ( Prince Albert Victor’s Own) De tanks waren de zogenaamde Stuart tanks. De tanks moesten geheel worden nagezien en worden doorgesmeerd daar dit lange tijd niet meer gedaan was. Ze waren gevuld met verschillende soorten olie en vet, maar zelfs met dingen die niet eens in een motor thuis hoorden en grote schade konden veroorzaken als het niet ontdekt zou worden.  

Maar het was niet eerder dan de 25e mei van dat jaar dat het eskadron op zijn volle sterkte was. De taak van het Eskadron bestond uit het ondersteunen van de infanterie bij verschillende operaties als morele versterking. Dit was een taak die veelvuldig voorkwam. Soms bracht dit leuke situaties met zich mee, zoals toen nadat de Luitenant de Longh uit zijn tank sprong, om contact te zoeken met de plaatselijke infanterie commandant, hij ineens een kinderstemmetje hoorde zeggen:” Moeder, daar is oom Daan met de tanks, nu kan ons niets meer gebeuren”. De Longh draaide zijn hoofd om en zag de hoofden van de twee zoontjes van een kapitein van de Brigade Staf.  

Tijdens de eerste politionele actie, op 21 juli 1947, kreeg het Eskadron de taak om met enige infanterie ter ondersteuning door het terrein, oost van de weg op te rukken naar het zuiden. Al snel bleek deze “flankdekking”niet nodig en vervolgde de colonne zijn opmars over de weg naar Oengaran. Op de tweede dag van de operatie deed zich een andere interessante situatie voor. Op de weg naar Ambarawa bereikte de colonne een brug die vermoedelijk door de TNI was ondermijnd. Maar terwijl de genie onder de brug  bezig was met de controle op eventuele bommen, reed de Luitenant Akkerman van het 3e Esk.Vew met zijn tank over de brug en zette de opmars voort. Op de derde dag werd het eskadron gealarmeerd met informatie dat Salatiga in brand was gestoken. Dus werd de opmars onverminderd voortgezet met een snelheid van 55 km/u. Na de bezetting van Salatiga werd het Eskadron gelegerd in Ambarawa. De meeste tijd ging voorbij zonder dat het Eskadron echt in actie hoefde te komen. 

 Na de 1e politionele actie werd het Eskadron gereorganiseerd. Het Eskadron werd uitgebreid met  bewapende infanterie en een ondersteuningsgroep, bestaande uit mortieren en pioniers. Verder werden de tanks uitgerust met een derde machinegeweer op de koepes om de dode hoeken te kunnen verdedigen.Medio 1948 werd het Eskadron opgeheven. De meeste manschappen gingen met recuperatieverlof of zwaaiden af. Het overige personeel werd later gebruikt als aanvulling voor het 5e, 6e, 7e en 8e eskadron Vechtwagens KL/KNIL.

bron: http://www.indie-1945-1950.nl

zie ook: https://tijgerbrigade.com

error: Hey Verkenners en Boreelfans, deze inhoud is tegen onbevoegd opslaan beveiligd!